21 oktober 2026 · algemeen verbindend voorschrift (verordening) · provincie Noord-Brabant

Regeling van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant van 4 november 2025 houdende regels voor het verstrekken van subsidies voor de gebiedsgerichte beëindiging van veehouderijlocaties in Noord-Brabant (Subsidieregeling gebiedsgerichte beëindiging veehouderijlocaties Noord-Brabant)

Op 21 oktober 2026 maakte de provincie Noord-Brabant via het Provinciaal blad (officielebekendmakingen.nl) bekend: Regeling van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant van 4 november 2025 houdende regels voor het verstrekken van subsidies voor de gebiedsgerichte beëindiging van veehouderijlocaties in….

Onderwerp
Subsidie en beleid
Bekendgemaakt
21 oktober 2026

De bekendmaking

Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant;

Gelet op artikel 2 van de Algemene subsidieverordening Noord-Brabant;

Overwegende dat het wenselijk is de Subsidieregeling gebiedsgerichte beëindiging veehouderijlocaties Noord-Brabant te wijzigen in verband met de eerste openstelling van paragraaf 2 van die regeling en het doorvoeren van enkele technische wijzigingen;

Besluiten vast te stellen de volgende regeling:

De Subsidieregeling gebiedsgerichte beëindiging veehouderijlocaties Noord-Brabant wordt als volgt gewijzigd.

A.

Artikel 2.1 wordt als volgt gewijzigd:

Het begrip “verordening 2022/2472” komt te vervallen.

Op alfabetische volgorde worden de volgende begrippen ingevoegd:

gecertificeerd: BRL SVMS-007 gecertificeerd of gelijkwaardig;

landbouwgroepsvrijstellingsverordening: Verordening (EU) 2472/2022 van de Commissie van 14 december 2022 waarbij bepaalde categorieën steun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandsgebieden op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU 2022, L 327);

B.

Artikel 2.5, eerste lid, komt te luiden:

Subsidie wordt geweigerd indien:

de aangevraagde subsidie minder bedraagt dan € 125.000;

de veehouder niet beschikt over de in opdracht van Gedeputeerde Staten uitgevoerde taxatie, bedoeld in artikel 1.4;

de veehouder reeds voor indiening van de aanvraag begonnen is met de onomkeerbare volledige of gedeeltelijke sluiting van de veehouderijlocatie;

voor de onomkeerbare volledige of gedeeltelijke sluiting van de veehouderijlocatie reeds op grond van deze of een andere regeling subsidie of een bijdrage is verstrekt;

de veehouder een aanvraag heeft ingediend op grond van een regeling van het Rijk en die aanvraag in aanmerking komt voor toewijzing op grond van die regeling, tenzij de veehouder de aanvraag heeft ingetrokken;

de veehouder op de veehouderijlocatie niet daadwerkelijk een veehouderijonderneming drijft;

de te beëindigen productiecapaciteit niet onafgebroken gedurende de vijf jaren voorafgaand aan de datum van indiening van de subsidieaanvraag op bedrijfseconomisch gangbare wijze is gebruikt;

de veehouder zich reeds heeft verplicht om de veehouderijlocatie volledig of gedeeltelijk te sluiten of reeds een aanvang heeft gemaakt met het volledig of gedeeltelijk sluiten van de veehouderijlocatie;

de veehouder de vrijkomende ruimte voor stikstofdepositie op een Natura 2000-gebied, die voor de veehouderijlocatie bestaat of bestond ingevolge de bestaande vergunningen, in het kader van extern salderen geheel of gedeeltelijk beschikbaar stelt of heeft gesteld, voor andere activiteiten met het oog op een daarvoor aangevraagde of aan te vragen natuurvergunning na 26 november 2024;

de veehouder failliet is verklaard of aan hem surséance van betaling is verleend of ten aanzien van hem de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard, dan wel er een verzoek daartoe bij de rechtbank is ingediend;

de veehouderijonderneming een onderneming is tegen wie een bevel tot terugvordering uitstaat als bedoeld in randnummer 25 van het landbouwsteunkader;

de veehouderijonderneming een onderneming in financiële moeilijkheden is als bedoeld in randnummer 33, onder 63, van het landbouwsteunkader;

de veehouder artikel 19, eerste lid, artikel 20, eerste lid, of artikel 21b, eerste lid, van de Meststoffenwet heeft overtreden;

de veehouderijonderneming niet voldoet aan de in artikel 2, eerste lid, van bijlage I bij de landbouwgroepsvrijstellingsverordening vastgestelde criteria.

C.

In artikel 2.6, eerste lid, wordt onder verlettering van de onderdelen c en d tot d en e, een onderdeel ingevoegd, luidende:

het volledig of gedeeltelijk afbreken en verwijderen van de op de veehouderijlocatie aanwezige productiecapaciteit wordt uitgevoerd door een bij de Kamer van Koophandel ingeschreven sloopbedrijf dat daarvoor specifiek gecertificeerd is;

D.

Artikel 2.9 komt te luiden:

Artikel 2.9 Vereisten subsidieaanvraag

Subsidieaanvragen worden ingediend van 21 oktober 2026 tot en met 21 januari 2027.

De subsidieaanvraag bevat ten minste de volgende gegevens, voor zover niet al met gebruik van het aanmeldformulier en de daarin voorgeschreven bijlagen, bedoeld in paragraaf 1, is verstrekt:

gegevens over de aanvrager, waaronder contactgegevens en het nummer waaronder de veehouderijonderneming geregistreerd is bij de Kamer van Koophandel;

de veehouderijlocatie van de aanvrager waarop de subsidieaanvraag betrekking heeft;

het gemiddelde aantal dieren per diercategorie dat op de veehouderijlocatie is gehouden in het voor de berekening van de stikstofemissie gebruikte referentiejaar;

indien sprake is van een veehouderijonderneming met productierecht, de omvang van het productierecht dat als gevolg van een onomkeerbare volledige of gedeeltelijke sluiting van de veehouderijlocatie zal vervallen, uitgedrukt in:

varkenseenheden;

pluimvee-eenheden; of

kilogrammen fosfaat,

een opgave of de aanvrager voor de veehouderijlocatie beschikt over een natuurvergunning of natuurtoestemming;

een begroting van de verwachte kosten en opbrengsten in verband met de volledige of gedeeltelijke sluiting van de veehouderijlocatie;

een realistische planning waarin de belangrijkste fasen en termijnen van de voorgenomen sluiting zijn opgenomen.

Bij de subsidieaanvraag worden de volgende bescheiden gevoegd, voor zover niet al met gebruik van het aanmeldformulier en de daarin voorgeschreven bijlagen, bedoeld in paragraaf 1, is verstrekt:

een kopie van, voor zover van toepassing, de omgevingsrechtelijke melding, de omgevingsvergunning milieu of de natuurvergunning of natuurtoestemming betreffende de veehouderijlocatie waarop de subsidieaanvraag betrekking heeft, inclusief milieutekening;

stukken waaruit blijkt dat:

de aanvrager op de veehouderijlocatie daadwerkelijk een veehouderij drijft; en

de te beëindigen productiecapaciteit onafgebroken gedurende de vijf jaren voorafgaande aan de subsidieaanvraag op bedrijfseconomisch gangbare wijze is gebruikt;

een kopie van de uitkomsten van de berekening van de stikstofemissie met gebruikmaking van de meest actuele AERIUS Calculator;

De volledige tekst staat bij de bron.

Naar de bron Download de authentieke pdf

Meer algemeen verbindend voorschrift (verordening) van de provincie Noord-Brabant

Alle bekendmakingen van de provincie Noord-Brabant

Eerste keer opgehaald: 22 oktober 2026 · Laatst bijgewerkt: 22 oktober 2026

Politiek.app toont de bekendmaking ter informatie; de officiële tekst is leidend.