8. Schriftelijke vragen en antwoorden jaarstukken 2025
Een raadslid stelde op 25 juni 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Simpelveld (2 vragen).
In het kort
2 vragen en wat het college antwoordt
- Kunt u toelichten waarom deze vergoeding leidt tot een voordeel ten opzichte van de begroting? → Waren de kosten en de bijbehorende vergoeding niet budgetneutraal geraamd?
- Op hoeveel uren heeft deze vergoeding betrekking, welke functies of afdelingen hebben deze uren ingezet en welke werkzaamheden zijn hiervoor uitgevoerd? → 1.
Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.
Aanleiding
1 ANTWOORDEN SCHRIFTELIJKE VRAGEN JAARSTUKKEN 2025
2 Fractie Leefbaar Algemene opmerkingen Opvallend zijn nog het aantal taalfouten in de teksten. Daarnaast zouden in de tabellen op een consistente wijze eventuele aantallen, (1,1000) euro’s of andere kengetallen moeten staan. Dit vergemakkelijkt het lezen en interpreteren.
Wij ontvangen graag een overzicht van de door u geconstateerde taalfouten, zodat wij deze in de definitieve jaarstukken nog kunnen corrigeren.
Uw suggestie voor de weergave van cijfers in de tabellen nemen wij mee bij het opstellen van toekomstige p&c-documenten.
Aanbieding aan Raad Hoofdstuk 1: Algemeen Vraag 1: pagina 15. Waarom nu al de APPA aanpassen voor de overgang naar het ABP. Misschien is de dekkingsgraad in de toekomst wel lager en dus goedkoper voor ons.
De aanpassing is voorgeschreven in een circulaire van het Ministerie van BZK en in een stellige uitspraak van de Commissie BBV. De hoogte van de te vormen voorziening is mede afhankelijk van de hoogte van de dekkingsgraad van het ABP. Momenteel bedraagt die dekkingsgraad ongeveer 126%.
Vraag 2: pagina 15: Hoe heeft de fout kunnen plaatsvinden dat de aanschaf van de nieuwe applicatie Het misverstand is waarschijnlijk ontstaan, doordat wij in 1 e instantie ervan uitgingen dat de aanschaf van de applicatie als investering kon worden aangemerkt. Maar omdat het een SAAS toepassing betreft is activering niet toegestaan. Dit is bij de controle van de jaarstukken 2024 door de accountant opgemerkt . Vervolgens is in de berap voorjaar 2025 een separaat budget voor de aanschaf van de applicatie opgenomen, terwijl hiermee door het team I&A reeds rekening was gehouden bij de bijstelling van haar budgetten.
Vraag 3 pag 15. Zijn de leges en degeneratiekosten wel voldoende?
De reservering van € 38.000 in de jaarstukken 2025 heeft betrekking op de eerste termijn van 50%. De tweede termijn van 50% volgt in 2026. Het voornemen is om hiervan aanvullend € 27.000 te reserveren voor herstelwerkzaamheden. Dit zal via de jaarstukken 2026 aan uw raad worden voorgelegd.
Daarmee komt de totale reservering voor herstelwerkzaamheden uit op € 65.000. Op basis van de huidige inzichten wordt dit als afdoende beoordeeld.
Vraag 4 pag. 16 Waar komt het grote verschil in de legeskosten vandaan.…
Vragen en antwoorden
Vraag 1
Kunt u toelichten waarom deze vergoeding leidt tot een voordeel ten opzichte van de begroting?
Antwoord van het college
Waren de kosten en de bijbehorende vergoeding niet budgetneutraal geraamd? Zo nee, waarom niet?
Vraag 2
Op hoeveel uren heeft deze vergoeding betrekking, welke functies of afdelingen hebben deze uren ingezet en welke werkzaamheden zijn hiervoor uitgevoerd?
Antwoord van het college
1. We hebben intern uren besteed aan het TGO en zijn hiervoor gecompenseerd.
2. Verschillende afdelingen hebben werkzaamheden uitgevoerd voor de TGO. Overleggen, zaken uitzoeken, vragen beantwoorden etc. In totaal zijn we binnen gemeente Simpelveld 210 uur met de TGO bezig geweest in 2025.
Vraag 11: pagina 16: Opvang Oekraïense vluchtelingen In de jaarrekening wordt aangegeven dat voor de opvang van Oekraïense vluchtelingen een vergoeding van het Rijk is ontvangen die hoger is dan de bijbehorende kosten, wat leidt tot een voordeel van € 115.000.
Kunt u toelichten waardoor dit voordeel is ontstaan? Was gedurende 2025 al bekend of voorzienbaar dat de ontvangen vergoedingen hoger zouden uitvallen dan de daadwerkelijke kosten?
Zo ja, waarom is dit voordeel niet eerder verwerkt of gemeld via een begrotingswijziging, bestuursrapportage of andere tussentijdse financiële rapportage?
De vergoeding die van het Rijk wordt ontvangen, wordt bepaald middels een normbedrag per gerealiseerde opvangplek. De kosten die vervolgens gemaakt worden (leefgeld, huur voor opvanglocaties, ondersteuning proces opvang Oekraïense vluchtelingen etc.) zijn lager dan het normbedrag waardoor een voordeel ontstaat.
Ondanks dat er gedurende 2025 diverse fluctuaties zijn geweest (aantal op te vangen Oekraïense vluchtelingen, huren al dan niet verlengen van accommodaties etc.) heeft u een terecht punt dat gedurende eind 2025 al redelijkerwijs ingeschat had kunnen worden dat er een financieel voordeel zou zijn en dus in de berap najaar dit gemeld had kunnen worden. Echter ondanks het eventueel opnemen van een financieel voordeel kon dit, gezien het maatschappelijk vraagstuk, nooit een realistisch kijk geven op de (huisvestings)opgave van bijzondere doelgroepen.
Vraag 12: pagina 16: Wmo In de jaarrekening wordt aangegeven dat de uitgaven binnen de Wmo € 177.000 hoger zijn uitgevallen dan geraamd. Kunt u toelichten waardoor deze overschrijding is ontstaan? Was deze ontwikkeling gedurende 2025 al zichtbaar en zo ja, waarom is deze niet eerder verwerkt of gemeld via de BERAP?
De overschrijding bij de wmo is € 97.000 i.p.v. de door u genoemde € 177.000 (dit betreft het voordeel bij de jeugdzorg) en is afgerond als volgt samengesteld: hulp bij huishouden -/- € 81.000 pgb -/- € 15.000 begeleiding -/- € 51.000 collectief vervoer -/- € 21.000 hulpmiddelen +/+ € 71.000 -/- € 97.000 Deze ontwikkeling was (deels) gedurende het jaar zichtbaar. Echter het sociaal domein wordt door ons breed beoordeeld, wmo/jeugdzorg/isd Kompas/WOZL/WSP, en de inschatting was dat het geheel passend zou zijn binnen de totaalramingen.
Vraag 13: pagina 18: Voorstel resultaatbestemming Bij de resultaatbestemming wordt voorgesteld de ontvangen rijksmiddelen voor bibliotheken (€ 100.000) te reserveren. Eerder is toegelicht dat deze middelen worden ingezet om de bibliotheek toegankelijk te houden, het aanbod op peil te houden en de bibliotheek als ontmoetingsplek te versterken.
16 Is inmiddels een concreet bestedingsplan beschikbaar voor deze middelen, inclusief voorgenomen activiteiten, planning en beoogde resultaten?
Kunt u daarnaast aangeven op welke termijn deze middelen naar verwachting daadwerkelijk worden ingezet en op welke wijze de raad wordt geïnformeerd over de besteding en de bereikte resultaten?
Het bestedingsplan wordt uitgewerkt samen met de Bibliotheek en de gemeenten Brunssum, Kerkrade en Voerendaal. De raad zal dan worden geïnformeerd middels een raadsinformatiebrief.
Vraag 14: pagina 18:
U vraagt om 183.000 euro voor het “beheer openbare ruimte” over te hevelen naar 2026. Kunt u aangeven waar men dat bedrag het komende jaar aan uit wil geven? Graag een specificatie.
Het betreft met name restantbudgetten van werkzaamheden die door omstandigheden niet in het verslagjaar zijn uitgevoerd. Het bedrag is als volgt samengesteld: aanschaf prullenbakken/zitbanken/bestratingsmaterialen: € 19.740 beplakken trafokasten € 4.700 reinigen verkeersborden € 13.400 onderhoud hellingbos € 6.500 vleermuiskasten € 4.270 snoeiwerkzaamheden/aanplant groen etc. € 99.550 speeltoestellen € 13.200 onderhoud tennisbanen € 3.500 onderhoud bermsloten en greppels € 16.500 verwijderen oude nesten plaagdieren € 1.600 afronding € 40 Totaal € 183.000 Vraag 15: Pagina 19:
Kunt u per lopend krediet specificeren: oorspronkelijk krediet, mutaties, bestedingen tot peildatum, aangegane verplichtingen en restant?
Het opstellen van een dergelijk overzicht vergt tijd en zal later beschikbaar worden gesteld.
Vraag 16: pagina 20 Project Schilterstraat Simpelveld In de jaarrekening wordt vermeld dat de uitgaven voor het project Schilterstraat Simpelveld in 2025 € 820.460 hebben bedragen.
Kunt u aangeven wat de totale gemeentelijke uitgaven voor dit project zijn geweest vanaf de start van het project tot en met 2025? Graag daarbij een overzicht van:
- de totale gemeentelijke investering;
- de ontvangen bijdragen van derden (subsidies, bijdragen van partners e.d.);
- het uiteindelijke netto beslag op gemeentelijke middelen.
Zijn er daarnaast nog kosten of financiële risico's te verwachten die nog niet in deze cijfers zijn verwerkt?
De door u gevraagde financiële opstelling vergt een verdieping die niet binnen de daartoe gestelde termijn gerealiseerd kan worden. Uw vraag zal dan ook in de komende periode separaat beantwoord worden.
Vraag 17: Welk bedrag kan naar uw oordeel incidenteel worden vrijgemaakt voor nieuwe initiatieven in 2026 en 2027, zonder dat dit ten koste gaat van de minimaal gewenste omvang van de algemene reserve en het weerstandsvermogen?
Bij de behandeling van de begroting 2026 is door uw fractie een vergelijkbare vraag gesteld. In deze lijn is ook onderstaand antwoord opgesteld:
Een puur theoretische bepaling geeft op basis van de door u genoemde onderdelen het volgende beeld: Weerstandscapaciteit per 1 januari 2026 € 6.995.118 (waarvan Algemene reserve € 6.954.118) Omvang risico’s 2025 € 3.456.250 (€ 2.468.750 x 1,4(min.score ruim voldoende)
17 Ruimte € 3.538.868 Minimumomvang algemene reserve € 3.000.000 (vastgesteld door Raad) Ruimte € 538.868 Daarbij is het voorstel om via de resultaatbestemming € 2.065.064 aan de algemene reserve toe te voegen, buiten beschouwing gelaten.
Maar zoals hiervoor reeds opgemerkt is dit een puur theoretische berekeningswijze.
Vraag 18: pagina 19: centrumvisie Simpelveld De gemeenteraad heeft ingestemd met een gebiedsexploitatie voor de centrumontwikkeling van Simpelveld.
Welke maatschappelijke en economische effecten verwacht het college van deze investering voor inwoners en ondernemers?
In het Experience Masterplan (EMP) van het Centrumplan kern Simpelveld zijn de beoogde maatschappelijke effecten en resultaten beschreven. Het EMP is aan uw raad ter beschikking gesteld als onderdeel van de door uw raad op 8 mei 2025 vastgestelde gebiedsexploitatie Centrumplan kern Simpelveld. Indien gewenst, laten we u het EMP graag nog een keer toekomen. De ambitie, opgenomen in het EMP, luidt:
Simpelveld is anno 2040 een aantrekkelijke kern met een jonge, actieve gemeenschap, met voorzieningen (maatschappelijk en commercieel) in een compact centrum én een groen landschap. Op loopafstand is het er goed leven en wonen.
Voorts is in de (afgewezen) aanvraag Impulsaanpak winkelgebieden voor het Centrumplan kern Simpelveld de volgende doelstelling opgenomen, die we nog steeds nastreven:
Na afronding van het project is de winkelstructuur en openbare ruimte in het centrum van Simpelveld passend gemaakt aan de winkelbehoefte van het verzorgingsgebied, is de winkelleegstand substantieel verminderd, zijn in het projectgebied een groot aantal 0 tredenwoningen en starterswoningen (totaal 70) gerealiseerd.
Kortom, is het winkelaanbod in Simpelveld compleet en geconcentreerd in een compact centrum en is het centrum van Simpelveld een attractieve plek met een divers woningaanbod en een klimaatadaptieve openbare ruimte met veel groen en voldoende ruimte en plekken om elkaar te ontmoeten.
JAARVERSLAG Hoofdstuk2: Programmaverantwoording Programma 0: Bestuur Vraag 1: pagina 23: In de jaarrekening 2025 staat opgenomen: "De kernwaarden en speerpunten van onze gemeente zijn vastgelegd in de in 2013 vastgestelde Strategische Visie 2013-2023. In het Coalitieakkoord ’22-’26 en in het daaraan gelieerde Collegeprogramma ’22-’26 hebben we onderkend, dat deze kernwaarden en speerpunten een uitstekende basis kunnen blijven bieden voor onze route in de komende tijd. Mede vanuit deze basis werkten we in 2024 aan een Strategische agenda voor de periode 2024-2030." Klopt deze tekst nog voor de jaarrekening 2025? Zo ja, waarom wordt nog verwezen naar werkzaamheden die in 2024 zouden plaatsvinden? Indien de tekst niet meer actueel is, bent u het met ons eens dat de jaarrekening de meest actuele beleidsmatige uitgangspunten zou moeten bevatten?
Terechte opmerking. Er had moeten staan “Mede vanuit deze basis werkten we in 2024/2025 aan een Strategische agenda voor de periode tot 2040.” Overigens: waar nu nog verwezen wordt naar de vorige strategische visie en het vorige coalitieakkoord zal dit vanaf de begroting 2027 tekstueel geüpdatet worden.
Vraag 2: pagina 24: Ontwikkeling formatie, apparaatskosten en externe inhuur Bij eerdere schriftelijke vragen heeft het college aangegeven dat de groei van de formatie en apparaatskosten mede voortvloeit uit het door de raad vastgestelde voorstel ‘Organisatie- en uitvoeringskracht Simpelveld’ en uit cao- en lastenstijgingen.
Tegelijkertijd blijkt uit de jaarrekening 2025 dat de formatie verder is gestegen naar 8,4 fte per 1.000 inwoners en dat het aandeel externe inhuur is toegenomen naar 13,98%.
In hoeverre heeft de uitbreiding van de organisatie geleid tot de beoogde vermindering van de afhankelijkheid van externe inhuur? Welke resultaten zijn inmiddels bereikt met de investering in organisatie- en
18 uitvoeringskracht?
In het raadsvoorstel Organisatie- en uitvoeringskracht Simpelveld is onderbouwd waarom de toentertijd gevraagde uitbereiding van de formatie noodzakelijk was en is.
In het kort: om de (nieuwe) taken en verantwoordelijkheden te kunnen uitvoeren en gelet op de met onze schaalgrootte samenhangende kwetsbaarheden was het noodzakelijk onze personele basisbezetting te verruimen.
Wij zijn ervan overtuigd dat zonder deze uitbreiding van de formatie veel werkzaamheden onvoldoende of zelfs niet uitgevoerd hadden kunnen worden en/of de afhankelijk van externe inhuur vele malen groter zou zijn als nu het geval is. Kortom: de belangrijkste resultaten waar u naar vraagt zien we terug in de realisatie van het inderdaad kunnen uitvoeren van de (nieuwe) taken en verantwoordelijkheden en de beperking van de afhankelijkheid van de externe inhuur.
We constateren net als u dat het aandeel externe inhuur is gestegen naar 13,98% Hiervoor zijn twee belangrijke oorzaken: het gestegen ziekteverzuim en de inhuur voor een aantal projecten. Het betreft projecten waarvoor er geen reguliere capaciteit intern voorhanden is of waarvoor specifieke expertise nodig is die eveneens intern niet beschikbaar is en waarvoor het ook niet lonend is – gezien de tijdelijkheid, aard en inhoud van deze projecten - om hierin structureel te voorzien. Overigens is 13,98% ruim lager dan het gemiddelde van 20% (bron personeelsmonitor gemeenten 2025) dat geldt voor gemeenten in onze gemeenteklasse.
Vraag 3: Pagina 24: Inwonerbetrokkenheid en transparantie Uit de laatst beschikbare indicatoren blijkt dat 21% van de inwoners vindt dat de gemeente inwoners voldoende betrekt bij haar activiteiten en dat 16% van de inwoners de gemeentelijke besluitvorming voldoende transparant vindt. Eerder is aangegeven dat nog geen nieuw onderzoek beschikbaar was.
Kunt u aangeven welke concrete maatregelen in 2025 zijn genomen om inwoners beter te betrekken bij beleid en besluitvorming en om de transparantie van het gemeentelijk handelen te vergroten?
Zijn er signalen, ervaringen of andere gegevens waaruit blijkt dat deze maatregelen effect hebben gehad? Zo ja, welke?
Wanneer verwacht het college over nieuwe onderzoeksresultaten te beschikken, zodat de raad kan beoordelen of daadwerkelijk sprake is van verbetering?
Burgerparticipatie vinden we belangrijk. Bij het opstellen en uitvoeren van beleid en bij projecten denken we altijd na hoe we inwoners kunnen betrekken. Burgerparticipatie is het uitgangspunt.
De Barometer Burgerparticipatie wordt landelijk uitgevoerd door onderzoeksbureau Invior. Dit voeren zij zelf uit en is niet in opdracht van gemeenten. Invior zet hun onderzoeken uit bij hun Tip-panels, waar inwoners zich bij kunnen aansluiten. Ook in Simpelveld zijn ruim 500 inwoners aangesloten bij het TipSimpelveld-panel. De resultaten laten van 2024 naar 2025 een lichte verbetering zien:
- In 2024 voelde 29% van de inwoners zich (heel) betrokken bij plannen en besluiten waar de gemeente aan werkt. Dat is in 2025 gegroeid naar 32% van de inwoners.
- Ook het rapportcijfer is gestegen van een 5,9 naar 6 in 2025.
- Met de stelling “de gemeente is oprecht geïnteresseerd in de mening van inwoners” was in 2024 25 het (helemaal) mee eens. In 2025 is dit toegenomen naar 31%.
Op dit moment loopt de onderzoeksperiode voor de Barometer Burgerparticipatie 2026. Wij hebben onze inwoners in mei geïnformeerd via social media en in de Troebadoer om zich aan te melden bij het Tip-panel, zodat zij een uitnodiging zouden ontvangen voor dit onderzoek.
Vraag 4: Pagina 25: Actualiteit kaderstellende beleidsnota’s Bij de kaderstellende beleidsnota’s staan enkele documenten die inmiddels relatief oud zijn, waaronder:
19 Regeling productverantwoordelijkheid (2016); Notitie Burgerparticipatie (2016) – reeds informatie over gekregen; Nota Misbruik en oneigenlijk gebruik (2019).
Tegelijkertijd zijn onderwerpen als participatie, dienstverlening, rechtmatigheid, risicobeheersing en sturing de afgelopen jaren sterk veranderd.
Kunt u aangeven of deze beleidsnota’s nog actueel zijn en aansluiten bij de huidige praktijk, wet- en regelgeving en de Strategische Visie 2040? Op basis van welke beoordeling komt u tot die conclusie?
Indien (delen van) deze nota’s niet meer actueel zijn, wanneer verwacht u deze te actualiseren? De regeling productverantwoordelijkheid is uitsluitend bedoeld voor intern gebruik en voldoet inhoudelijk. Echter omdat de regeling op naam van de diverse productverantwoordelijken staat, vraagt de regeling bij personeelsmutaties om actualisatie. Om dit te voorkomen is het voornemen om de namen te vervangen door functiebenamingen, zodat de regeling actueel blijft. De nota misbruik en oneigenlijk gebruik (2019) staat in de 2 e helft van 2026 opgenomen in de planning van de afdeling bedrijfsvoering om te worden geactualiseerd.
Vraag 5: pagina 25/26 strategische visie De gemeente heeft in 2025 een nieuwe Strategische Visie 2040 vastgesteld. Welke concrete resultaten verwacht het college hiervan al in de komende bestuursperiode en hoe worden deze gemonitord?
Op dit moment wordt nog gewerkt aan het uitvoeringsplan van de strategische visie waarin meer concreet acties genoemd worden die komende (bestuurs)periode opgepakt gaan worden. Om het uitvoeringsplan af te ronden staan nog overleggen gepland met de denktank, Parkstad Limburg en een ambtelijke werkgroep.
Zodra het uitvoeringsplan gereed is, zullen de acties hieruit voortkomende een plek krijgen in de jaarlijkse P&C-documenten. Monitoring zal dan ook gebeuren middels de P&C-documenten.
Vraag 6: Pagina 26: Platform voor burgerparticipatie en -onderzoek In de begroting 2025 is opgenomen dat in 2024 gesprekken met leveranciers zijn gevoerd, een pilot is uitgevoerd en dat in het eerste kwartaal van 2025 een definitieve keuze voor een participatieplatform zou worden gemaakt, waarna het platform in het tweede kwartaal van 2025 zou worden ingericht.
In de jaarrekening 2025 wordt echter vermeld dat geen platform voor burgerparticipatie en -onderzoek is ingericht, omdat hiervoor vanwege ombuigingen geen budget beschikbaar zou zijn.
Kunt u toelichten hoe deze mededeling zich verhoudt tot de eerder door de raad vastgestelde planning? Op welke ombuiging wordt hierbij gedoeld? De voorgestelde ombuiging op dit onderdeel bij de begroting 2026 is in ieder geval door de raad op 6 november 2025 teruggedraaid.
Is het college nog steeds voornemens het participatieplatform te realiseren? Zo ja, wat is de actuele planning?
Zo nee, wanneer en op basis van welk besluit is afgeweken van de in de begroting 2025 aangekondigde uitvoering?
Een participatieplatform wordt ingericht voor de langere termijn en niet voor slechts één of twee jaar. Het betreft geen eenmalige investering, er is meerjarig budget nodig om langdurig gebruik te kunnen maken van een platform. Alleen de ombuiging voor 2026 is teruggedraaid, wat het niet mogelijk maakt om een participatieplatform aan te schaffen.
Vraag 7: pagina 27 visie op dienstverlening De open inloop bij Burgerzaken is afgeschaft en vervangen door werken op afspraak. Welke effecten heeft deze wijziging gehad op wachttijden, bereikbaarheid en klanttevredenheid?
Het is voor inwoners nog steeds mogelijk om binnen 1 of 2 dagen een afspraak te maken bij Burgerzaken. Op het moment van de afspraak is de wachttijd voor inwoners nihil. Wanneer afspraken uitlopen, is bij Burgerzaken achtervang aanwezig om een volgende afspraak op te vangen. Verder zien we dat collega’s afspraken beter kunnen voorbereiden, dan bij open inloop. Dat zorgt voor een soepeler verloop van een afspraak. Voor inwoners die zich melden bij de receptie zonder afspraak, wordt gekeken of er op dat moment
20 plek is. Soms is dit mogelijk, maar niet altijd. Dat komt door de paspoortpiek, waardoor de ochtenden vaak al vrij vol gepland zijn.
Vraag 8: Pagina 27: In de jaarrekening wordt aangegeven dat naar aanleiding van een tevredenheidsonderzoek onder aanvragers van een omgevingsvergunning diverse verbeteringen zijn doorgevoerd in processen, communicatie en informatievoorziening.
Is het college voornemens een vervolgonderzoek uit te voeren om te beoordelen of deze maatregelen daadwerkelijk hebben geleid tot een hogere tevredenheid van inwoners en een verbetering van de dienstverlening?
Ja, begin 2027 willen we eenzelfde onderzoek herhalen onder de inwoners die in 2026 het volledige proces van de omgevingsvergunning hebben doorlopen.
Vraag 9: pagina 27/28: meldingen openbare ruimte De BuitenBeter-app is ingevoerd voor meldingen in de openbare ruimte. Hoeveel meldingen zijn in 2025 ontvangen, hoeveel daarvan zijn tijdig afgehandeld en welke verbeteringen zijn nog nodig?
In 2025 hebben we 2043 meldingen ontvangen. 63% van de meldingen is op tijd afgehandeld in 2025.
Inmiddels handelen we zo’n 70% van de meldingen op tijd af.
Afgelopen maanden is hard gewerkt aan een rapportage voor de meldingen openbare ruimte. De uitgebreide rapportage is in april opgeleverd. Hierdoor zijn nu maandelijks nieuwe cijfers beschikbaar over bijvoorbeeld het aantal nieuwe meldingen, afhandeltijd, categorieën en informatie over de locatie van de meldingen. In het najaar, als we bijna 2 jaar aan meldingen hebben, en daarmee ook periodes met elkaar kunnen gaan vergelijken, gaan we met de beschikbare data aan de slag en kijken naar knelpunten en verbeterpunten.
Vraag 10: Pagina 28: Tijdelijke Gemeentelijke Opvang (TGO) A) Kunt u bevestigen dat de afspraak nog steeds geldt dat de TGO uiterlijk in oktober 2026 sluit?
B) De tijdelijke gemeentelijke opvang (TGO) voor asielzoekers biedt plaats aan maximaal 300 personen. Welke financiële en maatschappelijke effecten heeft deze opvang gehad voor de gemeente en haar inwoners?
A) Gemeente Simpelveld voert een wettelijke taak uit, namelijk het huisvesten van bijzondere doelgroepen, in dit geval asielzoekers in de TGO. Er is tot op heden geen aanleiding om de beoogde sluitingsdatum te wijzigen. Waarbij opgemerkt dient te worden dat een sluiting ons niet ontslaat van de wettelijke verplichting om asielzoekers te huisvesten.
B) De TGO heeft geen financiële effecten voor gemeente Simpelveld. Dit is ook vooraf duidelijk aan de raad medegedeeld. De kosten worden betaald door de VRZL die deze declareren bij het COA. De maatschappelijke effecten zijn in december 2025 door de VRZL en IMA gepresenteerd in de commissie BZ.
Daarnaast heeft de TGO geleid tot een economische impuls door bijdragen in de vorm van betaalde arbeid in de industriële/ medtech sector en in het plaatselijke MKB.
Vraag 11: pagina 30: De begrote opbrengst OZB-eigenaren bedroeg € 234.300, terwijl in de realisatie nihil is opgenomen. Reden?
Bij de specificatie is deze post abusievelijk overzien. De opbrengst ozb-eigenaren niet-woningen bedroeg over 2025 € 166.658,-. Het gepresenteerde bedrag van € 2.338.566,- dient hiermee verminderd te worden en komt dan uit op € 2.171.908,-. Per saldo heeft dit dus geen financiële gevolgen.
Vraag 12: Pagina 31: Er is opnieuw € 25.000 gedoteerd aan de voorziening risico personeelskosten. Kunt u aangeven wat de actuele stand van deze casus is en wanneer naar verwachting duidelijkheid bestaat over de financiële afwikkeling?
Over deze vertrouwelijke kwestie worden t.z.t. de fractievoorzitters geïnformeerd.
Programma 1: Veiligheid Vraag 1: pagina 33: De jaarstukken stellen dat inwoners en ondernemers meer verantwoordelijkheid moeten voelen voor veiligheid. Dat vinden wij belangrijk, maar veiligheid blijft ook een kerntaak van de gemeente.
a. Hoe voorkomt het college dat verantwoordelijkheid wordt afgeschoven naar inwoners
b. Welke concrete resultaten zijn in 2025 bereikt op het gebied van zichtbare handhaving, opvolging van meldingen en het voorkomen van jeugdoverlast?
a. Wij proberen het verantwoordelijkheidsgevoel bij de inwoners en bedrijven te stimuleren door te communiceren over zaken die de veiligheid van inwoners en bedrijven kunnen bedreigen. We
21 stimuleren tot het doen van meldingen en geven voorlichting bijvoorbeeld rondom het thema cybercrime. Hiermee schuiven we de verantwoordelijkheid niet af, maar pakken we samen zaken aan.
b. Binnen de gemeente Simpelveld heeft de introductie van de Regisseur Sociaal Veilig en de beleidsondersteuner geleid tot een aanzienlijke versterking van de preventieve aanpak. Meldingen kunnen in een veel eerder stadium worden opgepakt, waardoor casuïstiek minder snel escaleert en in de beginfase vaak al kan worden geneutraliseerd. Dit draagt aantoonbaar bij aan het vertrouwen van inwoners en partners. Daarnaast is de afhandeling van meldingen en de terugkoppeling richting melders merkbaar verbeterd. Hierdoor zien wij een toename in het aantal meldingen, evenals een grotere bereidheid van inwoners om signalen te delen en opvallende situaties te melden. Burgers geven aan veel meer vertrouwen te ervaren dan de jaren ervoor.
De samenwerking met de gemeente Heerlen maakt het voor Simpelveld mogelijk om o.a. handhavingscapaciteit flexibeler in te zetten. Hierdoor kunnen wij tijdens evenementen, avonduren en weekenden beter inspelen op actuele situaties. Tevens verkleint deze samenwerking onze kwetsbaarheid bij bijvoorbeeld langdurig ziekteverzuim.
Daarnaast participeert de gemeente Simpelveld actief in de Integrale Jeugd Aanpak Parkstad (IJAP), waarin intensief wordt samengewerkt met de Parkstadgemeenten. Jeugdproblematiek houdt zich immers niet aan gemeentegrenzen. Voor onze kleine gemeente betekent dit dat wij op twee niveaus moeten opereren, zowel binnen het Parkstadverband als binnen het Heuvelland. Dit vraagt om een hoge mate van flexibiliteit en creativiteit van een relatief klein team. In het kader van de aanpak van jeugdproblematiek zet de gemeente Simpelveld tevens straatcoaches in. Deze coaches vervullen een belangrijke rol in het vroegtijdig signaleren van risico’s, het opbouwen van contact met jongeren en het versterken van de sociale veiligheid in de openbare ruimte. Hun aanwezigheid draagt bij aan het voorkomen van escalatie en aan het creëren van een laagdrempelige verbinding tussen jongeren, inwoners en professionals.
Vraag 2: pagina 35: In antwoord op eerdere schriftelijke vragen heeft het college aangegeven dat het nog te vroeg was om de resultaten van de Regisseur Sociaal Veilig concreet te benoemen.
Kunt u inmiddels aangeven welke concrete resultaten zijn bereikt door de inzet van de Regisseur Sociaal Veilig en de extra beleidsondersteuning OOV?
Sinds de start van Sociaal Veilig in juni 2025 vindt een twee wekelijks een casuïstiekoverleg plaats met zorg en veiligheid professionals uit de wijk. Hierbij wordt casuïstiek achter de voordeur besproken en de verbinding gelegd tussen zorg en veiligheid. De doelstelling is het signaleren en aanpakken van multi-, verslavings- en complexe sociale en psychische problematiek. Door integrale samenwerking van netwerkpartners en het leveren van maatwerk binnen de wijkaanpak te bevorderen dat overlast en criminaliteit vermindert en er een beter leefklimaat ontstaat.
De casussen worden door de gemeente en/of een partner ingebracht in het casuïstiekoverleg, vervolgens heeft de regisseur sociale veiligheid de regie gepakt. In sommige gevallen is de regie na een korte interventie belegd bij een passende partij. In de basis zijn dit complexe casussen die niet door het voorliggend veld opgepakt kunnen worden omdat de persoonlijke problematiek van de inwoner op verschillende leefgebieden in extreme mate tot uiting komt. De complexe casuïstiek vereist meer / andere inzet en expertise om te voorkomen dat de casus escaleert.
Daarnaast vindt er een twee wekelijks leefbaarheidsoverleg plaats waarin de ontwikkelingen in de wijk met de frontliners uit de wijk worden besproken en opgepakt middels (gezamenlijke) acties.
Er vindt maandelijks een jeugdoverleg plaats waarin met betrokken partners waaronder handhaving, straatcoaches, het zorg en veiligheidshuis en Impuls de jeugd uit Simpelveld in kaart wordt gebracht, overlast gevende jeugd en overlastplekken worden besproken en acties worden uitgezet om overlast op te lossen/te voorkomen.
Vraag 3: pagina 36: In antwoord op eerdere schriftelijke vragen heeft het college aangegeven op korte termijn afspraken te willen maken over de inzet van sfeerkeepers als opvolger van de straatcoaches. Wat is hier op dit
22 moment de status van?
We zijn gestart met een Pilot. Deze pilot loopt tot het einde van het jaar. Tijdens deze pilot zullen we continu met de aanbieder afstemmen over de gang van zaken en ons beraden op vervolgstappen na de pilot.
Vraag 4: pagina 35: In de jaarrekening wordt aangegeven dat de rol van aandachtsfunctionaris mensenhandel in 2025 niet structureel was ingevuld en dat hiervoor gebruik is gemaakt van een tijdelijke oplossing via de samenwerking met Heerlen.
Wanneer verwacht u tot een structurele invulling te komen?
De ontwikkeling van OOV zal veel in het teken staan van samenwerken. Ook op dit gebied zal de structurele oplossing in de samenwerking met Heerlen liggen. De intentie is er om in 2026 de samenwerking met Heerlen te bekrachtigen.
Vraag 5: Pagina 37: De lasten van programma Veiligheid zijn gestegen van € 1,18 miljoen in 2024 naar € 1,51 miljoen in 2025, een stijging van circa € 322.000 (27%).
Kunt u toelichten welke ontwikkelingen deze stijging verklaren?
Daarnaast zien wij binnen het onderdeel toezichthouder/BOA een nadeel van circa € 87.000 ten opzichte van de begroting (€ 206.739 begroot tegenover € 293.686 gerealiseerd). Kunt u toelichten waardoor deze overschrijding is ontstaan?
Tot slot constateren wij dat bij de verschillenanalyse geen toelichting is opgenomen. Bent u het met ons eens dat afwijkingen van deze omvang normaliter een nadere verklaring verdienen?
De stijging heeft een aantal oorzaken. De voornaamste betreffen de volgende:
Inhuur boa-capaciteit € 172.062 (dekking uit personeelsreserve en onderuitputting personeel);
Inhuur regisseur sociaal veilig € 68.863 (geheel gedekt uit verkregen subsidie ‘Proeflokalen OOV op orde’);
Inhuur personeel team OOV € 69.760 (dekking onderuitputting personeel).
De hiervoor genoemde, ter dekking ingezette, ‘onderuitputting personeel’ doet zich overigens organisatie breed voor en komt dus niet uitsluitend voort uit onderuitputting bij het team OOV.
Omdat er sprake is van dekking elders in de jaarstukken is e.e.a. niet toegelicht bij de verschillenanalyse. We zijn het met u eens dat het voor een helder inzicht, beter zou zijn geweest dit in de jaarstukken toe te lichten.
Programma 2: Verkeer, vervoer en waterstaat Vraag 1: pagina 40: Vraag 1 – Tevredenheid parkeren Uit de beleidsindicatoren blijkt dat de tevredenheid over parkeergelegenheid is gedaald van 59% in 2023 naar 54% in 2025. De streefwaarde is 65%.
Kunt u toelichten waardoor deze daling wordt veroorzaakt? Welke signalen ontvangt het college over parkeren in de kernen en nabij recreatieve locaties? Welke maatregelen worden genomen om de parkeersituatie te verbeteren?
In de periode 2023 tot 2025 zijn er geen parkeervakken verwijderd binnen de gemeente. Sterker nog er zijn parkeerplaatsen bijgekomen in deze periode. Op de Nijswillerweg is een grote parkeerplaats met circa 75 parkeervakken aangelegd mede voor recreatieve bezoekers van de ZLSM en de parkstadroute. Wij ontvangen geen (negatieve) signalen over het parkeren in de kernen en nabij recreatieve locaties. Wij hebben derhalve geen verklaring voor de daling van deze beleidsindicator.
Vraag 2: pagina 41: Mobiliteitsplan In de jaarrekening staat dat maatregelen uit het mobiliteitsplan in 2025 slechts deels zijn uitgevoerd door beperkte personele capaciteit binnen het team beheer openbare ruimte.
Welke maatregelen uit het mobiliteitsplan zijn in 2025 niet of later uitgevoerd? Wat zijn de gevolgen hiervan voor verkeersveiligheid, bereikbaarheid en leefbaarheid? Is de personele capaciteit inmiddels voldoende om de uitvoering in 2026 op schema te brengen?
De belangrijkste maatregel die is blijven liggen betreft de inventarisatie en verbetering van wandel- en
23 fietsroutes binnen de gemeente. Deze werkzaamheden hadden vooral betrekking op recreatieve routes en stonden daarom niet in direct verband met urgente veiligheids- of bereikbaarheidsopgaven. Het uitstel heeft dan ook geen negatieve gevolgen gehad voor de verkeersveiligheid, bereikbaarheid of leefbaarheid.
Begin 2026 is de capaciteit uitgebreid met een Beleidsadviseur Verkeer en Mobiliteit, waardoor de uitvoering van het Mobiliteitsplan en het MUP weer volledig is opgestart. De maatregelen die in 2025 niet zijn uitgevoerd, worden met terugwerkende kracht alsnog opgepakt. De verbetering van wandel- en fietsroutes heeft daarbij de hoogste prioriteit.
Met de huidige personele bezetting is de uitvoeringskracht in 2026 weer op schema en kunnen de doelstellingen van het Mobiliteitsplan voortvarend worden gerealiseerd.
Vraag 3: Pagina 43: Programma groot onderhoud wegen 2023 In 2025 is binnen het programma groot onderhoud wegen 2023 in totaal € 4.727.981 uitgegeven. Daarbij gaat het deels om wegenonderhoud, deels om reconstructies, deels om riolering en deels om de aanpak van de wateropgave.
Kunt u deze uitgaven uitsplitsen naar wegen, riolering, wateropgave en overige onderdelen? Hoeveel van deze kosten drukken uiteindelijk op het wegenbudget en hoeveel op riolering of andere budgetten?
Het project wordt in 2026 afgerond. Dan zullen de dan nog resterende kosten worden uitgesplitst. De uitsplitsing van de diverse kostenposten t/m begin 2026 is als volgt:
Reconstructies € 3.033.847 Water/riolering € 2.676.298 Onderhoud wegen € 632.725 Totaal tot begin 2026 € 5.735.984 Vraag 4: Pagina 41: Fiets- en wandelnetwerken In 2024 is een onderzoek gestart naar utilitaire en recreatieve fiets- en wandelnetwerken. Door beperkte capaciteit is dit onderzoek in 2025 nog niet afgerond.
Wanneer wordt dit onderzoek afgerond en wanneer ontvangt de raad de uitkomsten?
De eerste resultaten worden in het eerste kwartaal van 2027 verwacht en vervolgens uitgewerkt tot een onderzoeksrapport. De gemeenteraad ontvangt de uitkomsten van het onderzoek direct na afronding van dit rapport, eveneens in de loop van Q1 2027.
Vraag 5: pagina 41:
Hoe kan het dat het stroomverbruik van de openbare verlichting (onder kengetallen) nog niet bekend is als op pagina 43 staat dat er een voordeel van EUR 58.853 is door o.a. een lager energieverbruik?
Inmiddels zijn de cijfers bekend. Over 2025 zijn voor de openbare verlichting 215.491 kWh verbruikt.
Vraag 6: Pagina 42: In de jaarrekening wordt aangegeven dat de organisatie achter Velocity in 2025 failliet is gegaan en dat binnen Parkstad wordt gekeken naar een alternatief.
Kunt u aangeven in welke mate gebruik werd gemaakt van Velocity binnen de gemeente Simpelveld vóór het faillissement (aantal gebruikers)?
Op basis van welke behoefteanalyse wordt beoordeeld of een alternatief daadwerkelijk noodzakelijk is?
De deelname is niet gebaseerd op gebruikerscijfers of een behoefteonderzoek. De keuze sluit aan bij de maatregelen en ambities die in het mobiliteitsplan en het meerjaren uitvoeringsprogramma zijn vastgelegd.
Het betreft daarmee een beleidsmatige beslissing die voortvloeit uit deze kaders, en niet uit afzonderlijke gebruiksdata. Onze ervaringen met het eerdere deelfietssysteem Velocity laten bovendien zien dat het station in Bocholtz tot de best presterende locaties in de Parkstadregio behoorde. Het werd veelvuldig gebruikt voor verplaatsingen richting Aken en terug, wat bevestigt dat er in deze grensregio sprake is van een duidelijke functionele vervoersstroom die aansluit bij de gemaakte beleidskeuzes.
Programma 3: Economie Vraag 1: pagina 45 Actualiteit economisch beleid Bij de kaderstellende beleidsnota’s worden nog steeds de Nota Lokaal Economisch Beleid (2015) en de
24 Menukaart van Simpelveld, toeristisch-recreatief uitvoeringsprogramma (2015), genoemd.
Kunt u aangeven of deze beleidsdocumenten nog actueel zijn en aansluiten bij de Strategische Visie 2040 en de huidige economische en toeristische ontwikkelingen? Zo ja, op basis van welke beoordeling? Zo nee, wanneer worden deze beleidskaders geactualiseerd?
Beide documenten sluiten aan bij de Strategische Visie 2040. Beide nota’s sluiten aan bij de paragraaf uit de Strategische Visie …..waar je herinneringen maakt. Toerisme in Simpelveld is niet massaal, maar authentiek en onderdeel van een regionale beleving: bezoekers komen niet alleen voor de prachtige natuur en het glooiende landschap, maar ook voor de unieke ervaringen die de regio te bieden heeft. In 2040 draait toerisme om kwaliteit, niet kwantiteit. Lokale ondernemers, verenigingen en inwoners bouwen samen aan belevingen die passen bij wie we zijn: klein, authentiek, betrokken. Zo blijft Simpelveld een plek waar herinneringen ontstaan
– niet alleen voor gasten, maar ook voor iedereen die hier leeft.
Er is een duidelijke relatie te leggen tussen de (toeristische) projecten die nu in ontwikkeling zijn: Centrumplan kern Simpelveld, Gebiedsontwikkeling Stationsomgeving, Herinrichting Uitkijkpunt Huls(veld) en het grensoverschrijdend Romeins Villalandschapspark opgenomen in het Toeristisch-recreatieve visie Uitvoeringsprogramma en de Nota Lokaal Economisch beleid en de (nieuwe) Strategische Visie 2040. Pas wanneer voornoemde projecten zijn afgerond, zullen wij de het toeristisch-recreatief uitvoeringsprogramma en de Nota Lokaal Economisch Beleid vernieuwen respectievelijk actualiseren.
Vraag 2: pagina 46: Stimuleringsfonds startende ondernemers In de jaarrekening wordt aangegeven dat de startersregeling onderdeel wordt van het uitvoeringsplan van de centrumontwikkeling en daardoor op zijn vroegst in 2027 van start kan gaan.
Waarom is ervoor gekozen de ondersteuning van startende ondernemers afhankelijk te maken van de verdere uitwerking van de centrumvisie? Acht het college het wenselijk dat een regeling die al meerdere jaren als beleidsvoornemen wordt genoemd, pas vanaf 2027 beschikbaar komt?
De overweging om de startersregeling aan de uitwerking van de centrumvisie te koppelen is om gerichter te kunnen sturen op welke ondernemers we in het kernwinkelgebied willen huisvesten en welke ondernemers elders in onze gemeente het beste kunnen worden aangebracht. Voor het Centrumplan van de kern Simpelveld ontwikkelen we een structuurplan, waarin onder meer de aspecten wonen, commerciële functies, ontmoetingsfuncties, duurzaamheid en klimaatadaptatie worden gepositioneerd.
Bovendien willen we ondernemers ook gelijke kansen geven en niet nu al een regeling opstellen, terwijl nog niet exact weten welke ondernemers we waar willen huisvesten. Op deze manier proberen we nadrukkelijker dan tot nog toe het geval is geweest regie voeren en houden.
Vraag 3: Pagina 47: Toeristische ontwikkeling en economische effecten Het aantal toeristische overnachtingen is gestegen naar 74.789 en ook de opbrengst van de toeristenbelasting viel hoger uit dan geraamd.
Beschikt het college over inzicht in de economische effecten van deze groei voor lokale ondernemers, horeca, detailhandel en werkgelegenheid? Op welke wijze wordt gemeten of de stijging van het toerisme daadwerkelijk leidt tot meer lokale economische meerwaarde?
Jaarlijks ontvangt de gemeente van Etil Research Group het rapport Simpelveld aan het werk. Dit rapport laat over 2025 zien dat de toename van het aantal overnachtingen geen aantoonbaar effect op het aantal toeristische ondernemingen en werkgelegenheid in de toeristische sector heeft.
Vraag 4: Pagina 46: Vakantieresort Heuvelland In de jaarrekening wordt aangegeven dat momenteel wordt gewerkt aan een ontwikkelkader en verkavelingsmogelijkheden voor de woningbouwontwikkeling op de locatie Vakantieresort Heuvelland.
Wanneer verwacht het college de raad een concreet voorstel voor te leggen over de verdere ontwikkeling van deze locatie? Welke financiële en planologische risico’s ziet het college op dit moment nog?
De initiatiefnemers werken momenteel onder andere aan het verkavelingsplan op basis van het door ons opgestelde ruimtelijk kader, waarin de thema’s water en landschap leidend zijn. Dit verkavelingsplan vormt vervolgens de basis voor het stedenbouwkundig plan.
Omdat de planvorming nog in ontwikkeling is, kan op dit moment geen exacte datum worden genoemd
25 waarop het stedenbouwkundig plan met de raad kan worden gedeeld. De verwachting is dat dit eind 2026 of begin 2027 zal zijn.
Vraag 5: Pagina 47: In de jaarrekening wordt aangegeven dat de aanleg van de Parkstadroute nagenoeg is afgerond, maar dat nog overleg plaatsvindt over onder meer de openstelling van het overpad achter het station van de Miljoenenlijn, de eigendomsoverdracht van delen van de route en de uitvoering van afspraken over beheer en onderhoud.
Kunt u aangeven of alle aan de verleende subsidies, waaronder de IBA-beschikking, verbonden termijnen en voorwaarden nog tijdig worden gehaald?
De IBA-aandeelhouders (gemeenten en provincie) hebben voor het veiligstellen van de IBA-subsidiegelden, bestemd voor de Gebiedsontwikkeling Stationsomgeving ZLSM, een maatwerkoplossing getroffen. Deze maatwerkoplossing voorziet erin dat de toegekende subsidiegelden voor de stationsomgeving tijdelijk bij de provincie worden gestald. De gelden worden ingezet voor de uitvoering van de herinrichting van het emplacement van de Miljoenenlijn (dat in eigendom is van de provincie). De werkzaamheden zullen op 31 december 2026 zijn afgerond.
Vraag 6: Pagina 48: Advisering economische ontwikkelingen In de jaarrekening is een bedrag van € 41.295 opgenomen voor advisering op het gebied van economische ontwikkelingen.
Kunt u aangeven welke adviseur(s) of adviesorganisatie(s) hiervoor zijn ingezet? Graag ontvangen wij tevens een korte toelichting op de belangrijkste adviezen en concrete producten die hieruit zijn voortgekomen.
Het bedrag van € 41.295 is in 2025 als volgt besteed:
- Toegerekende secretariekosten: € 16,660
- Subsidie Stg. Streetwise € 10.592
- Subsidie Regionaal Investeringsfonds mbo-Yuverta € 4.387
- Vlaai bijeenkomst centrumplan € 40
- Regionale Initiatieven Stadsregio Parkstad Limburg (Vestigingsregister) € 4.437
- Regionale Initiatieven Stadsregio Parkstad Limburg (Starterscentrum) € 5.178 Programma 4: Onderwijs Vraag 1: Pagina 50: Ontwikkeling schoolverzuim Uit de beleidsindicatoren blijkt dat het absoluut verzuim is gestegen van 0 naar 13 per 1.000 leerlingen en dat ook het relatief verzuim verder is toegenomen van 23 naar 29 per 1.000 leerlingen.
Kunt u toelichten welke oorzaken aan deze ontwikkeling ten grondslag liggen? Welke maatregelen worden genomen om het schoolverzuim terug te dringen en wanneer verwacht u hiervan resultaten te zien?
Absoluut verzuim: Dit is verklaarbaar doordat de procedure van Bureau Leren en Doorstromen anders is ingericht en zij daardoor sneller verzuim constateren. Waarschijnlijk komt dit ook doordat er in de afgelopen jaren meer nieuwkomers waren (TGO). Bij nieuwkomers zijn er veel (onverwachte) verhuizingen en administratieve verwikkelingen waardoor de absoluut verzuim cijfers stijgen.
Relatief verzuim: Deels zal dit te verklaren zijn omdat jongeren daadwerkelijk meer verzuimen en deels door beter meldgedrag van de scholen.
Bureau Leren en Doorstromen is actief aan de slag met het voorkomen van verzuim en het verkorten van de duur van verzuim. Vanwege de toegenomen verzuimmeldingen hebben zij extra personeel aangenomen om de jongeren en hun gezinnen te begeleiden richting terugkeer naar school of een alternatief wanneer school niet passend blijkt te zijn.
Vraag 2: Pagina 51: Gezonde Basisschool van de Toekomst In de jaarrekening wordt opnieuw aangegeven dat het niet lukt het volledige concept van de Gezonde Basisschool van de Toekomst uit te voeren vanwege een tekort aan vrijwilligers en pedagogisch medewerkers.
Heeft de in december 2025 toegezegde evaluatie inmiddels plaatsgevonden en kunnen wij de uitkomsten hiervan ontvangen?
Inmiddels hebben wij samen met Movare, de Stadsregio Parkstad en de basisscholen geanalyseerd wat er werkt en wat niet. Aan de hand daarvan hebben wij de gekozen variant verder uitgewerkt en zullen alle
26 partijen zorgdragen dat de scholen na de zomervakantie aan de slag kunnen met de gekozen variant. Deze variant wordt tijdens de commissievergadering verder toegelicht.
Vraag 3: Pagina 50: Actualiteit beleidskaders onderwijs Bij de kaderstellende beleidsnota’s wordt nog verwezen naar het Onderwijsachterstandenbeleid Parkstad 2020-2024. Kunt u aangeven of dit beleidskader formeel nog van kracht is?
In 2024 zijn de Parkstadgemeenten gestart met het schrijven van het Onderwijsachterstandenbeleid Parkstad 2026-2030. Het nieuwe achterstandenbeleid zal op korte termijn voorgelegd worden aan het College en de Raad.
Het Onderwijsachterstandenbeleid 2020-2024 blijft van kracht tot het nieuwe is aangenomen.
Vraag 4: pagina 52:
Zou het, gezien de enorme kosten, niet zinvol zijn om de komende jaren een voorziening op te bouwen voor de bouw van het IKC?
Deze suggestie nemen wij mogelijk mee bij de voorbereiding van de begroting 2027.
Vraag 5: pagina 53/54:
Bij de verschillenanalyse wordt gesproken over een nadeel van EUR 73k op voor- & vroegschoolse educatie/kinderopvang. In de tabel staat echter een voordeel van 62k. Klopt dit?
Dat is juist. Echter het nadeel van EUR 73k betreft de voor- en vroegschoolse opvang en de kinderopvang samen. Kinderopvang is een product bij programma 6. Sociaal domein. Omdat beide producten in samenhang worden bezien, is gemakshalve de gezamenlijke overschrijding geheel bij programma 4 gepresenteerd.
Vraag 6: Pagina 54: Voor- en vroegschoolse educatie/ kinderopvang In de verschillenanalyse wordt aangegeven dat de kosten voor voor- en vroegschoolse educatie en kinderopvang hoger zijn uitgevallen dan geraamd, onder andere als gevolg van een stijging van het aantal sociaal-medische indicaties. Wat zijn volgens het college de belangrijkste oorzaken van deze stijging? Gaat het hierbij om een tijdelijke ontwikkeling of verwacht u dat deze hogere kosten ook in de komende jaren structureel zullen optreden?
Dat klopt. Dit komt doordat de regeling steeds bekender wordt en vaker preventief wordt ingezet binnen de jeugdhulp. Door vroegtijdige inzet kunnen zwaardere en duurdere vormen van jeugdzorg mogelijk worden voorkomen. Tegelijkertijd leidt de toegenomen bekendheid op korte termijn tot meer aanvragen en hogere uitgaven.
Programma 5: Sport, cultuur en recreatie Vraag 1: pagina 57: Accommodatiebeleid en sportinvesteringen In de jaarrekening staat dat het accommodatiebeleidsplan in 2026 wordt opgesteld. Tegelijkertijd is recent besloten tot een substantiële investering in de vervanging en renovatie van de voetbalvelden en is een onderzoek lopend naar samenwerking en de toekomstbestendigheid van sportaccommodaties.
1. Hoe verhoudt het nog op te stellen accommodatiebeleid zich tot deze reeds genomen investeringsbesluiten?
2. Wanneer ontvangt de raad de uitkomsten van het lopende haalbaarheidsonderzoek?
De investering in de voetbalvelden is gebaseerd op de technische staat van de velden en de noodzaak om de veiligheid, bespeelbaarheid en continuïteit van de voetbalactiviteiten te waarborgen. Zoals ook in het raadsvoorstel is verwoord, waren de renovatie- en vervangingswerkzaamheden noodzakelijk en konden deze niet worden uitgesteld. Het nog op te stellen accommodatiebeleid ziet op de toekomstbestendigheid van gemeentelijke voorzieningen en accommodaties in bredere zin.
Op dit moment kan nog niet worden aangegeven wanneer de uitkomsten van het haalbaarheidsonderzoek beschikbaar zijn. Voor een nadere toelichting en de actuele stand van zaken wordt verwezen naar het projectenoverzicht.
Vraag 2: pagina 58: Speelruimtebeleid In de jaarrekening wordt vermeld dat het opstellen van een nota speelruimtebeleid vanwege prioriteitsstelling wordt doorgeschoven naar eind 2026.
Waarom is dit beleid opnieuw doorgeschoven?
Omdat er hier in 2025 geen ambtelijke capaciteit voor aanwezig was.
27 Vraag 3: Pagina 59: Bibliotheekwerk Uit de kengetallen blijkt dat het aantal leden van de bibliotheken in Bocholtz en Simpelveld in 2025 sterk is gestegen, terwijl de omvang van de collectie op beide locaties is gedaald.
a. Kunt u de stijging in 2025 verklaren?
b. Heeft de daling van de collectie gevolgen voor het aanbod, de toegankelijkheid en de functie van de bibliotheek als ontmoetingsplek?
a. We zien de afgelopen jaren een stijgende lijn in het aantal leden van de bibliotheek. Hieromtrent hebben wij geen verklaring.
b. De daling van de collectie heeft geen gevolgen voor het aanbod, de toegankelijke en de functie van de bibliotheek als ontmoetingsplek. Deze houden geen direct verband met elkaar.
Programma 6: Sociaal domein Vraag 1: pagina 63: Zorgen dat iedereen ergens 'bij' hoort.Iedereen doet mee Waar kan de jongere en jongvolwassene terecht in Simpelveld (dorp)? > inloopplek faciliteren?
Ze kunnen zich aansluiten bij het reguliere verenigingsleven in Simpelveld. Op dit moment zijn er geen plannen voor een inloopplek in de kern Simpelveld, The Station, net als het jeugd en jongerenwerk, is een voorziening voor jeugd en jongeren in heel de gemeente Simpelveld.
Vraag 2: Pagina 64: beleidsindicatoren Hoe komt het dat het aantal cliënten met een maatwerk arrangement WMO in 2025 zo omlaag is gegaan?
Per abuis zijn foutieve getallen vermeld in de tabel. De juiste gegevens over 2025 zijn:
Cliënten met een maatwerkvoorziening Wmo – Simpelveld, per 10.000 inwoners: 840 Cliënten met een maatwerkvoorziening Wmo – Nederland, per 10.000 inwoners: 720 Vraag 3: pagina 64: Ontwikkeling jeugdhulp Uit de beleidsindicatoren blijkt dat het percentage jongeren met jeugdhulp is gestegen van 11,1% in 2023 naar 14,1% in 2024. Dit ligt boven het niveau van voorgaande jaren en wijst op een toenemend beroep op jeugdhulp.
Kunt u aangeven welke vorm van jeugdhulp momenteel het grootste aandeel hebben in het gebruik en de kosten binnen de gemeente Simpelveld?
Welke ontwikkelingen liggen ten grondslag aan de stijging van het aantal jongeren dat gebruikmaakt van jeugdhulp en verwacht u dat deze stijgende lijn zich de komende jaren zal voortzetten? -Behandeling individueel en begeleiding individueel. -Sinds november 2025 is een dalende lijn te zien wat betreft het aantal indicaties voor jeugdhulp. Wellicht zet deze lijn zich voort en is de daling een gevolg van alle transformatieplannen gericht op minder zorg en meer preventie. -Dit zijn de cijfers van het CBS. We zien weer een daling in 2025.
28 2023 2024 2025* Nederland Simpelveld Nederland Simpelveld Nederland Simpelveld Jonge ren met jeugdz org Jongeren met jeugdzorg (relatief) Jonge ren met jeugdz org Jongeren met jeugdzorg (relatief) Jonge ren met jeugdz org Jongeren met jeugdzorg (relatief) Jonge ren met jeugdz org Jongeren met jeugdzorg (relatief) Jonge ren met jeugdz org Jongeren met jeugdzor g (relatief) Jonge ren met jeugdz org Jongeren met jeugdzor g (relatief) Jonger en met jeugdz org Jonger en met jeugdz org Jonger en met jeugdz org Jonger en met jeugdz org Jonge ren met jeugdz org Jonge ren met jeugdz org aantal In % bepaalde leeftijdskl asse In % bepaalde leeftijdskl asse In % bepaalde leeftijdskl asse In % bepaalde leeftijdskl asse In % bepaalde leeftijdskl asse In % bepaalde leeftijdskl asse JZ Totaal jeugdz org 48989 5 11 230 10,9 49102 5 11,1 230 11,3 47749 5 10,8 195 9,6 JZ Totaal jeugdz org in natura 48510 0 10,9 225 10,8 48696 5 11 230 11,2 47371 0 10,7 195 9,5 JH 1 Totaal jeugdh ulp 48126 0 10,8 225 10,7 48274 0 10,9 230 11,2 46906 5 10,6 195 9,5 Vraag 4: Pagina 64: Bijstandsbestand en re-integratie Uit de beleidsindicatoren blijkt dat het aantal personen met een bijstandsuitkering in Simpelveld met 146,1 per 10.000 inwoners aanzienlijk lager ligt dan het landelijk gemiddelde van 281,2. Tegelijkertijd schommelt het aantal lopende re-integratievoorzieningen al jaren rond de 390 à 400 per 10.000 inwoners.
Kunt u toelichten welke resultaten de ingezette re-integratievoorzieningen opleveren? Hoeveel inwoners zijn in 2025 vanuit een re-integratietraject doorgestroomd naar betaald werk of anderszins uitgestroomd uit de bijstand?
De ingezette re-integratievoorzieningen hebben er in ieder geval toe geleid dat het aantal uitkeringen voor gemeente Simpelveld maar licht gestegen is. De uitstroomratio van Kompas bedraagt 12,5% (landelijk 9,6%) en er zijn in 2025 in totaal voor de 3 Kompas gemeenten 71 mensen naar (deeltijd)werk uitgestroomd (totale uitstroom bedraagt 184). Daarbij dient nog vermeld te worden dat de groep met een arbeidspotentieel van 0- 30% ook nog met 3% is toegenomen.
Vraag 5: Pagina 65: Indicator eenzaamheid In de beleidsindicatoren ontbreekt voor 2025 de realisatie van de indicator eenzaamheid, terwijl het verminderen van eenzaamheid een belangrijk doel is binnen het sociaal domein en diverse activiteiten zoals Welzijn op Recept, de buurtschakels en het versterken van de sociale basis hier mede op gericht zijn.
Waarom is de factor eenzaamheid in 2025 niet onderzocht of gemeten? Op welke wijze monitort het college momenteel de ontwikkeling van eenzaamheid binnen de gemeente Simpelveld en wanneer verwacht u weer over actuele cijfers te beschikken?
Vanwege ziekte van de contactpersoon van gemeente Heerlen zal hier later op teruggekomen worden.
Vraag 6: pagina 65: Actualiteit beleidskaders sociaal domein Bij de kaderstellende beleidsnota’s wordt nog verwezen naar onder meer de Kadernotitie “Samenleven” uit 2014, het Beleidsplan Wmo 2015 uit 2014, de Notitie Vrijwilligerswerk en mantelzorg uit 2009 en het Beleidskader Arbeidsmarktbeleid Parkstad 2016-2020.
Kunt u aangeven of deze beleidskaders nog actueel zijn en aansluiten bij de huidige praktijk, wet- en regelgeving en de Strategische Visie 2040? Zo nee, wanneer worden deze beleidskaders geactualiseerd?
Beleidskader Arbeidsmarktbeleid Parkstad kan verwijderd worden; dit beleidskader (koersdocument) richtte zich specifiek op de periode 2016-2020 (opgesteld door externe organisatie), n.a.v. de decentralisatie van het sociaal domein uit 2015.
29 Wat betreft de overige beleidsdocumenten zal gekeken worden of deze nog aansluiten bij de Strategische Visie 2040 of dat deze verwijderd kunnen worden.
Vraag 7: Pagina 65: Regierol en meetbare doelen sociaal domein Eerder heeft het college aangegeven dat Simpelveld binnen het sociaal domein in principe zelf de regie voert, maar dat veel in regionaal verband wordt uitgevoerd.
Kunt u voor Wmo, jeugd en armoede concreet aangeven: op welke onderdelen Simpelveld zelf stuurt; welke meetbare doelen voor 2026 zijn vastgesteld; welke indicatoren de raad kan gebruiken om te beoordelen of het beleid werkt?
Wat betreft het onderdeel armoede worden alle werkzaamheden door ISD Kompas uitgevoerd. In het uitvoeringsprogramma 2026-2029 van ISD Kompas staan de meetbare doelen, beleidsindicatoren en concrete acties vermeld.
Voor het onderdeel Jeugd voert de gemeente Simpelveld de meeste taken uit binnen het regionale samenwerkingsverband Jeugdhulp Zuid-Limburg. De beleidsontwikkeling, inkoop van specialistische jeugdhulp, contractmanagement en een groot deel van de monitoring vinden daarom regionaal plaats.
Voor Jeugd zijn dus geen afzonderlijke lokale streefwaarden voor 2026 vastgesteld; hiervoor wordt aangesloten bij de regionale doelen en monitoring.
Voor het onderdeel Wmo worden taken in wisselende samenstellingen in de regio verricht. Doelen zijn vastgelegd in aanbestedingsdocumenten en worden middels contractmanagement gemonitord. Lokale onderdelen worden verricht door onder andere onze welzijnspartner Impuls waarmee wij een subsidierelatie hebben.
Vraag 8: Pagina 67: Versterken mentaal welbevinden Welzijn op recept klinkt mooi en waardevol maar kost veel.
Wat levert het op?
Is er voldoende aandacht voor de jongvolwassenen?
Rode beuk is voor de ouderen (mooi) maar niet passend voorde jongeren onder ons.
Uit evaluaties blijkt dat inwoners die via Welzijn op Recept in contact gekomen zijn met een Buurtschakel vaak minder eenzaamheid ervaren, meer deelname aan de samenleving en een betere mentale gezondheid.
Welzijn op recept is niet leeftijdgebonden. Het is wel een feit dat de meeste mensen 55 jaar of ouder zijn en het voornemen is om in de loop van 2026 te onderzoeken hoe activiteiten en doorverwijzingen beter kunnen aansluiten bij deze doelgroep.
Vraag 9: Pagina 68 In 2025 zijn in totaal 91 inwoners bereikt via Welzijn op recept.
Kunt u aangeven in welke leeftijdscategorie?
Overwegend 55+ Vraag 10: pagina 68: Skaeve Huse In de jaarrekening wordt aangegeven dat het project Skaeve Huse in Ubachsberg is afgerond, dat er geen bewoning plaatsvindt en dat de netto kosten voor Simpelveld circa € 105.000 bedragen.
Kunt u toelichten waarom deze kosten voor rekening van Simpelveld komen, terwijl het project niet tot daadwerkelijke bewoning heeft geleid? Zijn er nog mogelijkheden om kosten te verhalen of middelen terug te ontvangen?
In 2019 hebben de colleges van Parkstad besloten om Skaeve Huse te realiseren, verspreid over verschillende gemeenten. Daarbij is afgesproken dat elke gemeente per 10.000 inwoners minstens één Skaeve Huse realiseert. Gemeenten Simpelveld en Voerendaal hebben gezamenlijk twee Skaeve Huse gerealiseerd op de locatie te Ubachsberg.
In het kader van dit project zijn door Simpelveld kosten gemaakt ter hoogte van ongeveer € 155.000.
Ontvangen subsidies zijn hierin reeds verrekend. Van centrumgemeente Heerlen hebben wij een financiële bijdrage van € 50.000 ontvangen, die is ingezet ter dekking van de projectuitgaven. Na aftrek van deze bijdrage komt het totale kostenbedrag uit op ongeveer € 105.000. Er zijn geen andere mogelijkheden tot
30 kostenverhaal.
Vraag 11: Pagina 69 "Bredere inzet praktijkondersteuners" Hoe staat dit in verhouding met het uitgekomen rapport dat de POH GGZ niet afdoende werkt?
Er zijn diverse onderzoeken verricht naar het effect van de inzet van POH met wisselende resultaten. Eén van de meest consistente bevindingen is dat kinderen en gezinnen sneller ondersteuning krijgen. Doordat de POH- Jeugd in de huisartsenpraktijk aanwezig is, kunnen problemen eerder worden besproken en aangepakt.
Professionals, ouders en jongeren waarderen vooral deze laagdrempelige toegang tot hulp. De POH-Jeugd heeft vaak meer tijd dan de huisarts om de problematiek in kaart te brengen. Daardoor wordt beter beoordeeld welke hulp nodig is en wordt gerichter verwezen naar passende zorg. Ook kan de POH lichte problematiek vaak zelf behandelen en bleek in Simpelveld dat jongeren die gezien worden door de POH vaak geen jeugdhulp (meer) nodig hebben.
Vraag 12: pagina 71: Ten aanzien van Op de Boor wordt aangegeven dat de totale uitgaven, inclusief onderhoudswerkzaamheden, circa € 1.157.000 hebben bedragen.
In het oorspronkelijke raadsvoorstel werd gesproken over een investering van circa € 250.000. Kunt u een overzicht geven van de verschillende besluiten, aanvullende werkzaamheden, subsidies, onderhoudsuitgaven en investeringen die hebben geleid tot het uiteindelijke totaalbedrag van € 1.157.000?
Kunt u toelichten waardoor het verschil tussen de initiële raming en de uiteindelijke realisatie is ontstaan?
De toelichting over de renovatie MFC Op de Boor is reeds opgenomen in de berap najaar 2026. In de berap najaar 2025 staat het volgende:
Via het raadsbesluit van 10 december 2020 en tussentijdse bijstellingen is een budget beschikbaar gesteld van afgerond € 840.000 voor de verbouwing. Dit is exclusief het budget voor de aanpassing van de installaties ten behoeve van de horecafunctie van de voormalige bibliotheek. Hiervoor is nog een budget beschikbaar van € 163.860.
De daadwerkelijke uitgaven voor de verbouwing hebben € 1.157.000 bedragen. Dit houdt enerzijds verband met groot onderhoud dat naar voren is gehaald om dit te kunnen combineren met de grootschalige verbouwing. Dit betreft een bedrag van circa € 135.000. Deze kosten komen ten laste van de voorziening groot onderhoud gebouwen. Anderzijds zijn er gedurende de verbouwing extra, en deels onvoorziene, werkzaamheden in opdracht gegeven voor een bedrag van circa € 182.000. Denk hierbij aan het realiseren van een nieuwe vluchtweg en het behandelen van spanten en balken tegen houtworm etc. Deze kosten worden geactiveerd en vervolgens jaarlijks afgeschreven. Met deze extra afschrijvingslasten van afgerond € 9.100, is bij het opstellen van de begroting 2026 reeds rekening gehouden.
Vraag 13: Pagina 72: In de verschillenanalyse wordt aangegeven dat een deel van de eerder gereserveerde inburgeringsgelden in 2025 is vrijgevallen.
Kunt u toelichten waarom deze middelen niet zijn ingezet c.q. gebruik van gemaakt is? Is sprake van een lagere instroom van inburgeringsplichtigen, lagere uitvoeringskosten of het niet uitvoeren van geplande activiteiten?
De toegekende rijksbijdrage wordt gebaseerd op aantal asielstatushouders van de jaren t, t-1 en t-2 en betreft normbedragen. De uitvoering van de begeleiding is in handen van isd Kompas. Niet bestede middelen kunnen worden gereserveerd. Ter voorkoming van stapeling van middelen is de reservering over 2023 en 2024 vrijgevallen.
We hebben wel een achterstand op de taakstelling, dit betekent dus ook dat nog niet iedereen die gehuisvest zou moeten worden in gemeente Simpelveld begonnen is met het inburgeringstraject.
Programma 7: Volksgezondheid en milieu Vraag 1: pagina 82: Rioolheffing en beheerplan riolering Uit de meerjarenraming blijkt dat de opbrengst rioolheffing stijgt van € 1,78 mln in 2025 naar € 2,92 mln in 2029. Tegelijk staat bij de risico’s dat de actualisatie van de beheerplannen voor rioleringen is gestart.
Wanneer ontvangt de raad het geactualiseerde beheerplan/MJOP riolering?
Worden daarin ook de gevolgen voor de toekomstige rioolheffing inzichtelijk gemaakt?
31 Naar verwachting wordt het geactualiseerde beheerplan/meerjarenonderhoudsplan (MJOP) Rioleringen eind 2026 aan de raad aangeboden. In dit plan worden de voorgenomen maatregelen voor de komende jaren nader toegelicht.
Daarnaast wordt momenteel gewerkt aan een notitie over de toekomstige ontwikkeling van de rioolheffing.
Deze notitie zal op korte termijn ter advisering worden voorgelegd aan de auditcommissie. Indien de auditcommissie een positief advies uitbrengt, zal de raad worden gevraagd in te stemmen met de voorgestelde koers.
Vraag 2: pagina 82: Water in Balans Voor de gemeentelijke bijdrage ‘Water in Balans’ 2025-2028 is een bedrag van € 834.710 geraamd. In de jaarrekening staat dat de gemeenten tot nu toe nog geen uitgaven hebben gedaan.
Kunt u toelichten waarom in 2025 nog geen uitgaven zijn gedaan?
Het project “Water in Balans” bevond zich in 2025 in een verkennende fase. De kosten in deze fase zijn voor rekening van het Waterschap.
Vraag 3: pagina 82: Afkoppelen Bocholtz 2025-2028 Voor het project Afkoppelen Bocholtz 2025-2028 is € 2.387.500 geraamd. In 2025 zijn alleen voorbereidingen voortgezet en moet dit in 2026 leiden tot aanbesteding.
Ligt dit project nog op schema?
Inmiddels is besloten de looptijd van het project te verlengen tot en met eind 2029. Deze verruiming van de projecttermijn biedt mogelijkheden om een grotere mate van integraliteit te realiseren met het programma Groot Onderhoud Wegen. Daarnaast draagt de verlenging bij aan het beperken van overlast voor de omgeving en creëert zij ruimte voor een kwalitatief hoogwaardigere voorbereiding en aanbesteding van de werkzaamheden.
Met het Waterschap vindt momenteel overleg plaats over de voorgestelde verruiming van de projecttermijn.
Vraag 4: pagina 78: Isolatieproject Parkstad In 2025 zijn 92 energieadviezen afgegeven en 23 woningen daadwerkelijk geïsoleerd via het Isolatieproject Parkstad.
Hoe beoordeelt het college dit resultaat?
Het college beoordeelt de resultaten als redelijk positief, met daarbij de kanttekening dat er sprake is van een significante doorlooptijd tussen aanmelding en uitgekeerde subsidie.
In 2025 heeft circa 15% van de aangeschreven huishoudens een energiebespaarplan laten opstellen. Dat percentage sluit aan bij wat doorgaans verwacht mag worden bij de conversie van een brief naar een aanmelding. We zien daarnaast dat de stap van aanmelding naar daadwerkelijke isolatie vaak meerdere maanden in beslag neemt. Omdat de meeste brieven in het najaar van 2025 zijn verstuurd, schuift een aanzienlijk deel van de uitvoering door naar 2026. Dit beeld wordt bevestigd door de voorlopige cijfers over 2026, waarin al een duidelijke stijging zichtbaar is. Ook zien we dat op Parkstadniveau de gemeente Simpelveld het in verhouding goed doet.
In 2025 is bovendien veel geïnvesteerd in communicatie en bewustwording: persoonlijke benadering, persberichten, social mediacampagnes, digitale en fysieke bijeenkomsten en publicaties in lokale weekbladen.
Omdat de brede uitrol pas in mei 2025 is gestart, was er in dat jaar nog weinig sprake van mond-tot-mondreclame, terwijl dat doorgaans een belangrijke versneller is.
Alles afwegend is het college niet ontevreden over de behaalde resultaten in 2025. Tegelijkertijd verwachten we – mede door de opgestarte communicatie, de langere doorlooptijd en de toegenomen bekendheid – een substantieel hogere realisatie in 2026.
Vraag 5: Pagina 82: Vraag – Soortenmanagementplan In de verschillenanalyse staat dat het budget van € 75.000 voor het soortenmanagementplan wordt overgeheveld, omdat het adviesbureau pas begin 2026 is gestart.
32 Waarom is dit traject niet in 2025 gestart, terwijl het soortenmanagementplan belangrijk is voor woningisolatie en verduurzaming? Heeft deze vertraging gevolgen voor inwoners die hun woning willen isoleren?
De werkzaamheden in 2025 waren voornamelijk gericht op het pré-SMP. De provincie Limburg is nog bezig met de ontwikkeling hiervan, waardoor er op dit moment geen pré-SMP vergunningen kunnen worden verleend. Gezien deze onduidelijkheid zijn de werkzaamheden hiervoor geparkeerd. We verwachten dat deze vertraging geen gevolgen heeft voor onze inwoners.
In 2026 is het onderzoeksbureau conform planning wel gestart met de veldwerkzaamheden voor het SMP. Er is op dit moment voor het SMP geen vertraging te melden.
Programma 8: Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stedelijke vernieuwing Vraag 1: pagina 85: Demografische druk en woningbouw Uit de beleidsindicatoren blijkt dat de demografische druk verder is gestegen naar 87,2%, aanzienlijk hoger dan het landelijk gemiddelde van 70,7%.
Welke gevolgen ziet het college hiervan voor de toekomstige woningbehoefte, de beschikbaarheid van zorggeschikte woningen en de leefbaarheid van de kernen?
Op welke wijze wordt deze ontwikkeling concreet vertaald naar de woningbouwprogrammering en de uitvoeringsagenda van de Wonen-Welzijn-Zorgvisie?
Deze ontwikkeling is al eerder voorzien in de diverse woonbehoefteonderzoeken en daarop wordt ook geanticipeerd. De bestaande Woonvisie en Toekomstvisie Wonen-Welzijn-Zorg zijn reeds opgesteld als bouwstenen voor het Volkshuisvestingsprogramma. Als voorbereiding worden in regionaal verband (Stadsregio Parkstad) in het najaar vervolgstappen gezet. De wettelijke verplichting geldt naar verwachting per 1 juli 2027.
Vraag 2: pagina 85 Leegstand Het leegstandspercentage is gestegen van 5,34% naar 5,73%.
a. Kan het college toelichten welke typen objecten verantwoordelijk zijn voor deze stijging (woningen, winkels, kantoren of overige panden)?
b. Beschikt het college over een analyse van de oorzaken van deze ontwikkeling en zijn aanvullende maatregelen voorzien om langdurige leegstand tegen te gaan?
a. De leegstand kan globaal uitgesplitst worden naar woningen en niet-woningen. Een uitsplitsing naar type objecten kan door de BsGW helaas niet geleverd worden en heeft de gemeente ook zelf niet voorhanden. Wel is duidelijk dat de stijging veroorzaakt wordt door woningen.
b. Het college heeft geen analyse van oorzaken. Een leegstandsheffing wordt overwogen, maar hieromtrent bestaan momenteel nog te veel onzekerheden en onduidelijkheden.
Vraag 3: pagina 86 Actualiteit beleidskaders wonen Bij de kaderstellende beleidsnota's wordt nog verwezen naar documenten uit 2013, waaronder het Gemeentelijk Woningbouwprogramma, het Kwalitatief Afwegingskader voor Woningbouwplannen en het Intrekkingsbeleid Omgevingsvergunningen.
Kunt u aangeven welke van deze beleidsdocumenten nog daadwerkelijk als beleidskader worden gebruikt?
Zo lang er geen noodzaak tot nieuw beleid is, blijft het bestaande beleid vigerend. Eventueel met aanpassingen in de kantlijn.
Vraag 4: Pagina 87: Voormalig zorgcentrum Bocholtz In eerdere beantwoording is aangegeven dat de herontwikkeling van het voormalige zorgcentrum in Bocholtz belangrijk is voor de transformatieopgave. In de jaarrekening staat dat de aanvraag bij het Volkshuisvestingsfonds niet is toegekend, maar dat inmiddels een Woningbouwimpulsbijdrage van € 2,1 miljoen is gehonoreerd.
Wat betekent deze subsidie concreet voor de haalbaarheid van het project? Welk deel van de totale investeringsopgave is hiermee gedekt?
33 De regionaal toegekende subsidie vergroot de haalbaarheid van het project. Het grootste aandeel betreft de aankoop van de complexen Schoolstraat en Kloosterhof.
Vraag 5: Pagina 88: Project De Baan In 2025 is voor project De Baan een woning aan de Akerweg aangekocht voor € 196.126, waardoor het volledige blok met Krijtland Wonen integraal kan worden ontwikkeld. Wat is hier precies het plan?
Krijtland Wonen onderzoekt momenteel de mogelijkheden en haalbaarheid van de locatie. De planvorming bevindt zich nog in een verkennende fase, waardoor nog geen definitieve uitspraken kunnen worden gedaan over de uiteindelijke invulling. Op basis van de huidige inzichten lijkt sloop-nieuwbouw van woningen vooralsnog het meest kansrijke scenario.
Vraag 6: Pagina 90: Omgevingsvergunningen De opbrengst uit leges omgevingsvergunningen bedroeg € 124.346 tegenover een bijgestelde begroting van € 75.000.
Kan het college aangeven welke projecten of vergunningaanvragen verantwoordelijk waren voor deze hogere opbrengst?
In de jaarstukken nemen wij de legesopbrengsten mee van aanvragen die in het boekjaar hebben plaatsgevonden en waar vervolgens ook de leges voor in rekening zijn gebracht. Derhalve is bij het opstellen van de berap najaar niet exact bekend welke aanvragen in de laatste maanden (oktober/november /december) nog worden ingediend. Als gevolg hiervan kunnen afwijkingen ontstaan. Zo is eind november 2025 nog een aanvraag ingediend die heeft geresulteerd in een legesbedrag van ruim € 23.000.
Hoofdstuk 3: Paragrafen Paragraaf: Bedrijfsvoering Vraag 1: pagina 93: Het ziekteverzuim is gestegen van 7,24% in 2024 naar 9,39% in 2025, terwijl de verzuimfrequentie juist is gedaald van 1,09 naar 0,97.
In antwoord op eerdere vragen over de begroting 2026 gaf het college aan dat het ziekteverzuim tot en met het tweede kwartaal van 2025 was opgelopen tot 11,17%, maar dat een dalende trend werd verwacht doordat langdurig zieke medewerkers gedeeltelijk zouden terugkeren en de zomermaanden doorgaans een dempend effect hebben. Tevens werd aangegeven dat het toenmalige E-HRM-systeem geen rekening kon houden met gedeeltelijke werkhervatting, waardoor het werkelijke verzuimpercentage lager zou liggen. De jaarrekening 2025 laat uiteindelijk een ziekteverzuimpercentage zien van 9,39%.
a. Kunt u toelichten welke oorzaken ten grondslag liggen aan de stijging van het ziekteverzuim van 7,24% naar 9,39% in 2025?
b. Heeft de eerder gemelde verwachting van de dalende trend inmiddels doorgezet?
c. Welke maatregelen worden genomen om het gestegen ziekteverzuim structureel terug te dringen?
Er is al langere tijd een trend gaande dat het ziekteverzuim toeneemt. Deze trend is zowel landelijk in Nederland in het algemeen als voor de sector gemeenten zichtbaar (het verzuim in de sector gemeenten is het hoogst in 20 jaar (bron Personeelsmonitor A&O-fonds). Met name het psychisch verzuim stijgt. Ook bij de gemeente Simpelveld zie we deze trend.
Kijkende naar de relatie tussen werkgerelateerd en medisch verzuim was er bij twee medewerkers sprake van overwegende werkgerelateerdheid. We spreken van overwegend omdat bij psychisch verzuim er vaker meerdere oorzaken die leiden tot uitval. Indien werk gerelateerde omstandigheden de grootste oorzaak zijn dan registreert de bedrijfsarts werk als oorzaak.
Onze verzuimbeheersing richt zich consequent op het verwezenlijken van re-integratiemogelijkheden, zodra de bedrijfsarts hier mogelijkheden toe ziet. Hierbij gaat het niet alleen om de vraag werkgerelateerd of niet werkgerelateerd, maar ook en vooral om de vraag in hoeverre het re-integratieproces door de werkgever wel of niet beïnvloedbaar is.
Helaas worden wij geconfronteerd met een aantal langdurig zieken waarbij volgens de bedrijfsarts, daarbij ondersteund door de reguliere behandelende sector, geen of nauwelijks re-integratiemogelijkheden zijn. Het genezingsproces moet zijn werk doen.
Daar waar dit wel mogelijk is, zien we veelvuldig opbouwende, gedeeltelijke werkhervattingen, die helaas niet
34 zichtbaar zijn in de verzuimcijfers.
In de analyses die wij samen met de arbodienst maken zien wij ook geen specifieke patronen als oorzaak van ons verzuim, waardoor specifieke oorzaakgerichte interventies geen nut hebben. De individuele casussen zijn te verschillend van elkaar.
Vraag 2: pagina 93 Organisatieontwikkeling en verzuim De jaarrekening vermeldt dat in 2025 veel aandacht is besteed aan leiderschapsontwikkeling, organisatieontwikkeling, sociale veiligheid, personeelsbijeenkomsten en de implementatie van AFAS.
Tegelijkertijd steeg het ziekteverzuim naar 9,39%, aanzienlijk boven het niveau van voorgaande jaren.
a. Hoe beoordeelt het college de effectiviteit van de investeringen in organisatieontwikkeling en leiderschap in relatie tot het gestegen ziekteverzuim?
b. Op basis van welke indicatoren concludeert het college dat deze investeringen daadwerkelijk bijdragen aan een gezonde en toekomstbestendige organisatie?
We verwijzen naar ons antwoord over het verzuim in het algemeen.
U legt een relatie tussen het gestegen ziekteverzuim en leiderschap. Uiteraard heeft de stijl van leidinggeven invloed op de motivatie van medewerkers en daardoor kan de stijl van leidinggeven ook invloed hebben op het ziekteverzuim. Gezien de voornamelijk medische oorzaken van ons langdurig verzuim zien wij echter geen relatie tussen leiderschap en het gestegen ziekteverzuim.
U vraagt naar indicatoren in relatie tot investeringen die bijdragen aan een gezonde en toekomstbestendige organisatie. Er bestaan ten aanzien van personeels- en organisatieontwikkeling geen indicatoren die een direct causaal verband leggen tussen een investering en een resultaat. Het is een kwestie van visie en gezond verstand dat investeren in personeel noodzakelijk is voor een gezonde en toekomstbestendige organisatie. Het is echter niet mogelijk om cijfermatig een direct causaal verband te leggen tussen bijvoorbeeld de hoogte van het opleidingsbudget en de beschikbaarheid van een E-HRM-systeem (middelen) en de motivatie van medewerkers, het personeelsverloop en het ziekteverzuimpercentage (resultaten).
Vraag 3: Pagina 93: Integriteitsbeleid In de jaarrekening wordt vermeld dat burgemeester en wethouders melding dienen te maken van situaties die kunnen worden uitgelegd als (de schijn van) belangenverstrengeling, machtsmisbruik of beïnvloeding.
Tegelijkertijd zijn in 2025 geen meldingen opgenomen in het register integriteit.
Kunt u toelichten welke situaties volgens het college kunnen vallen onder de categorie "(de schijn van) belangenverstrengeling"?
Kunt u daarbij enkele praktijkvoorbeelden geven van situaties waarin een melding verwacht mag worden, bijvoorbeeld bij besluitvorming over woningbouwprojecten, toewijzing woningen, subsidieverlening, aanbestedingen, vergunningverlening, grondtransacties of andere dossiers waarbij persoonlijke, zakelijke of familiale relaties een rol kunnen spelen?
Op welke wijze wordt binnen het college beoordeeld of sprake is van een meldingsplichtige situatie en hoe wordt gewaarborgd dat ook de schijn van belangenverstrengeling tijdig wordt onderkend?
De raad van de gemeente Simpelveld heeft in 2023 de Gedragscode integriteit burgemeester en wethouders gemeente Simpelveld 2023 vastgesteld.
Deel 2 van deze gedragscode is gewijd aan het voorkomen van belangenverstrengeling. Hier staan ook voorbeelden waar er sprake kan zijn van belangenverstrengeling, waaronder incompatibiliteit en nevenfuncties, onverenigbaarheid van functies en verboden overeenkomsten/handelingen.
Voor praktijkvoorbeelden verwijzen wij u in algemene zin naar de genoemde gedragscode.
Een meldingsplichtige situatie wordt beoordeeld conform de gedragscode Gedragscode integriteit burgemeester en wethouders gemeente Simpelveld 2023 en het Protocol vermoeden integriteitsschending
35 politieke ambtsdragers gemeente Simpelveld 2023.
Vraag 4: Pagina 94: Vacatures en onderuitputting salariskosten De salariskosten vallen lager uit doordat vacatures niet of pas later zijn ingevuld. Tegelijkertijd wordt aangegeven dat deze middelen grotendeels zijn ingezet voor tijdelijke inhuur.
Hoeveel formatieplaatsen stonden in 2025 gemiddeld vacant?
We hebben in 2025 9 openstaande (9fte) vacatures gehad. De meeste vacatures stonden drie tot 4 maanden open. Sommige langer (bijvoorbeeld de vacature verkeer en mobiliteit), als er sprake is van krapte op de arbeidsmarkt bij deze specifieke functies. Alle vacatures van 2025 zijn inmiddels ingevuld.
Vraag 5: Pagina 95: HRM-kosten De HRM-kosten stijgen van € 245.881 in 2024 naar € 347.311 in 2025, terwijl de begroting uitging van € 238.730.
Kunt u toelichten waardoor de HRM-kosten in 2025 circa € 109.000 hoger zijn uitgevallen dan geraamd?
De belangrijkste oorzaken voor de extra kosten zijn terug te voeren tot Arbo, nieuw E-HRM-systeem, opleidingen en wervingskosten griffier.
Er zijn meer Arbo gerelateerde kosten gemaakt in verband met het gestegen ziekteverzuim. Dit betreft met name kosten die gemaakt zijn voor re-integratie bevorderende interventies.
Daarnaast is er sprake van extra (niet structurele) implementatiekosten in verband met de aanschaf van ons nieuwe E-HRM-systeem Afas.
We hebben extra opleidingskosten gehad, waaronder met name de collectieve training college- en raadsvoorstellen.
Tenslotte hebben we extra kosten gemaakt in verband met de werving voor onze nieuwe griffier waarvoor een werving- en selectiebureau is ingeschakeld.
Vraag 6: Pagina 96: Rechtmatigheidsverantwoording Er is sprake van € 1.159.000 aan begrotingsonrechtmatigheden, waarvan € 56.000 niet als acceptabel wordt aangemerkt.
Vraag:
Kunt u specificeren welke concrete posten gezamenlijk hebben geleid tot de resterende € 56.000 aan begrotingsonrechtmatigheden?
Door ons zijn de begrotingsoverschrijdingen per programma beoordeeld. Daaruit blijkt dat bij zes programma’s sprake is van overschrijdingen, zoals in de tabel op pagina 96 is weergegeven. Bij programma 1 en programma 7 is sprake van resterende niet-acceptabele begrotingsonrechtmatigheden, van respectievelijk € 47.371 en € 8.994. De over- en onderschrijdingen bij beide programma’s zijn divers, derhalve is geen exacte specificatie te geven.
Bij programma 1 zijn de omvangrijkste overschrijdingen: -bijdrage regionale brandweer € 15.166 -inhuur boa/personeel: deze inhuur wordt deels gedekt door onderuitputting loonkosten bij andere programma’s, waardoor er sprake is van een overschrijding binnen dit programma.
Bij programma 7 is het gezien de beperkte overschrijding niet mogelijk om de omvangrijkste overschrijding aan te geven. Ook bij dit programma zijn over- en onderschrijdingen divers.
Vraag 7: Pagina 93: sociale veiligheid en organisatiecultuur In de jaarrekening 2025 wordt vermeld dat één medewerker zich bij een vertrouwenspersoon heeft gemeld.
Verder heeft dit niet geleid tot een verdere actie. Waar zag de melding op toe, met inachtneming van privacy uiteraard?
De vertrouwenspersoon heeft samen met de betreffende medewerker klaarblijkelijk geconcludeerd dat er geen vervolgstappen nodig zijn, zoals een melding bij de werkgever. Daarom weten wij niet welke medewerker het betreft en wat de aard en inhoud van de melding was.
Vraag 8: Pagina 93: Klachten In de jaarrekening wordt vermeld dat van de tien klachten tegen medewerkers er acht afkomstig waren van één klachtindiener en betrekking hadden op dezelfde kwestie.
36 Kunt u, met inachtneming van de privacy van betrokkenen, toelichten wat de aard van deze kwestie was (bijvoorbeeld vergunningverlening, handhaving, sociaal domein, belastingen of dienstverlening)?
Heeft deze reeks klachten aanleiding gegeven om het betreffende proces, de communicatie of de dienstverlening nader te evalueren? -De klachten gingen over een vergunningskwestie. -Evaluatie heeft plaatsgevonden, echter gezien de aard van de klachten hoeft geen aanpassing van proces / communicatie etc. plaats te vinden.
Paragraaf: Weerstandsvermogen en risicobeheersing Vraag 1: Lokale lasten versus weerstandsvermogen De gemeente beschikt over een weerstandsvermogen met waarderingscijfer A ("uitstekend"), terwijl de belastingcapaciteit met 115% in categorie C valt en de woonlasten voor inwoners inmiddels ruim boven het landelijk gemiddelde liggen.
a. Is het college van mening dat de huidige omvang van de algemene reserve en weerstandscapaciteit nog in verhouding staat tot de belastingdruk voor inwoners?
b. Is onderzocht of een deel van de financiële ruimte kan worden ingezet voor lastenverlichting of het beperken van toekomstige lastenstijgingen?
c. Acht het college verdere verhogingen van OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing maatschappelijk nog verantwoord?
In algemene zin merken wij op dat bij het voorbereiden van de begroting 2027 gekoerst zal worden op een verantwoord evenwicht tussen ambities en kostenontwikkeling. Daarbij zal ook de ontwikkeling van de gemeentelijke belastingdruk meegenomen worden in de afwegingen. Dit zal ook onderwerp van gesprek zijn in de klankbordcommissie.
Vraag 2: pagina 100: Sociaal domein Het sociaal domein wordt opnieuw aangemerkt als één van de grootste financiële risico's (€ 562.500).
Kan het college aangeven welke onderdelen van het sociaal domein momenteel het grootste financiële risico vormen? Welk aandeel betreft jeugdzorg, Wmo, beschermd wonen of andere voorzieningen, en zijn er momenteel signalen dat deze risico’s toenemen?
De belangrijkste risico’s binnen het sociaal domein zijn o.a.: -open einde regelingen jeugdzorg en wmo; -financiële positie (jeugd)zorgaanbieders; -ontwikkeling cliënten Kompas en aantal wsw-ers; -economische ontwikkelingen die negatief kunnen uitwerken op de werkgelegenheid en de financiële positie van burgers; -etc.
Een kwantificering per onderdeel is niet te geven. Daarom is ervoor gekozen om sociaal domein breed één kwantificering te geven, waarbij de maximale kans en het maximalel effect is opgenomen.
Vraag 3: Pagina 101: Planschade Vorig jaar gaf het college aan dat het verhoogde planschaderisico samenhangt met majeure ruimtelijke ontwikkelingen zoals de centrumvisie Simpelveld.
Kunt u aangeven welke concrete projecten of gebiedsontwikkelingen in 2025 en 2026 momenteel het grootste planschaderisico vertegenwoordigen en of hiervoor reeds risicoanalyses zijn uitgevoerd?
Doordat de gemeente het initiatief heeft gepakt m.b.t. de doorontwikkeling van het centrum Simpelveld is hier het risico op planschade aanwezig. De mogelijke risico’s worden bij de te nemen stappen in het proces steeds kritisch beoordeeld. Bij andere ruimtelijke ontwikkelingen in de gemeente heeft de gemeente een faciliterende rol en is er derhalve geen sprake van planschade risico.
37 Vraag 4: Pagina 101: Verbonden partijen Bij verbonden partijen wordt een financieel risico van € 187.500 geraamd, terwijl diverse gemeenschappelijke regelingen beschikken over een beperkt eigen weerstandsvermogen.
Op basis van welke analyse komt het college tot deze inschatting? Welke verbonden partijen vormen momenteel de grootste financiële risico’s voor de gemeente Simpelveld en waarom?
M.i.v. de voorliggende jaarstukken is ervoor gekozen om het risico van verbonden partijen in zijn geheel te kwantificeren en niet meer separaat voor de diverse verbonden partijen. Dit past ons inziens beter bij de functie van de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing, waarbij risico’s ‘hoog over’ worden benoemd en ingeschat. Gezien de omvang van de bijdragen aan verbonden partijen is daarbij gekozen voor de maximale klasse van het effect. Voor de eventuele risico’s per verbonden partij verwijzen wij naar de toelichting in de paragraaf verbonden partijen.
Vraag 5: Pagina 102: Risico nieuwe wetten / Rijksbezuinigingen Het risico van nieuwe wetgeving en Rijksbezuinigingen wordt gewaardeerd op € 562.500 en behoort daarmee tot de grootste financiële risico’s voor de gemeente.
Welke concrete ontwikkelingen liggen aan deze inschatting ten grondslag? Heeft het college hierbij met name het oog op het ravijnjaar, wijzigingen in het gemeentefonds, nieuwe wettelijke taken of andere Rijksmaatregelen? Welke financiële effecten voor Simpelveld worden momenteel als meest zorgelijk beschouwd?
Uw opsomming van concrete ontwikkelingen sluiten aan bij de risico’s die wij herkennen. Mede als gevolg van de instabiele politieke situatie in het landsbestuur is het voor gemeenten lastig om een koers voor de middellange termijn uit te zetten. ‘Haagse verrassingen’ kunnen ervoor zorgen dat zich risico’s manifesteren.
Dit laatste is ons inziens het belangrijkste risico.
Paragraaf: Treasury Vraag 1: pagina 107: De leningenportefeuille is in 2025 toegenomen door het aantrekken van een nieuwe lening van € 8 miljoen.
Voor welke investeringen of financieringsbehoeften is deze lening aangetrokken, tegen welk rentepercentage en met welke looptijd? Er staat namelijk ook nog circa € 9.3 miljoen in de schatkist.
Bij de gemeente Simpelveld is sprake van totaalfinanciering, derhalve wordt een lening niet aangetrokken voor een specifieke investering etc. Op basis van onze liquiditeitsprognose wordt beoordeeld welke financieringsbehoefte er op middellange termijn wordt verwacht. Vervolgens speelt uiteraard ook de ontwikkeling van de marktrente een rol. De combinatie van beide bepaalt het moment waarop daadwerkelijk een lening wordt aangetrokken. Gezien de wereldwijde onrust en het ongunstige effect hiervan op de rente is er vorig jaar voor gekozen een lening aan trekken.
Lening: € 8 mio Rentepercentage: 3,04% Looptijd: 10 jaar fixe Vraag 2: pagina 107: In 2025 is de langlopende schuld gestegen van € 17,1 miljoen naar € 24,0 miljoen.
Welke ontwikkeling van de leningenportefeuille verwacht het college de komende jaren gelet op de omvangrijke investeringsagenda op het gebied van riolering, waterbeheer, woningbouw en centrumontwikkeling? Verwacht het college dat hiervoor aanvullende externe financiering noodzakelijk zal zijn en zo ja, in welke orde van grootte?
Bij het opstellen van de begroting 2027 zal e.e.a. opnieuw worden beoordeeld. Daarbij zal met de meest actuele financiële cijfers en een actuele liquiditeitsprognose worden bezien of en in welke mate aanvullende externe financiering noodzakelijk is.
Vraag 3: Pagina 108: Garantstellingen € 31 miljoen is aanzienlijk ten opzichte van de gemeentebegroting. De gemeente staat ultimo 2025 garant voor circa € 31,2 miljoen aan geldleningen, voornamelijk in de sociale woningbouw.
Kan het college aangeven of er bij de gegarandeerde instellingen momenteel signalen zijn die aanleiding
38 geven tot verhoogde aandacht of risico-inschatting voor de gemeentelijke achtervangpositie? Heeft het college hierover in 2025 signalen ontvangen van het WSW of andere betrokken partijen?
Nee, er zijn geen signalen ontvangen voor verhoogde aandacht of risico inschatting. De wsw-borgstelling is landelijk georganiseerd, daarbij is het risico voor gemeenten en de Rijksoverheid zeer klein. Pas als een corporatie en het Waarborfonds Sociale Woningbouw ‘omvallen’, komen gemeenten en de Rijksoverheid in beeld.
Paragraaf: Lokale heffingen Vraag 1: pagina 110: Voorziening afvalstoffenheffing In 2025 is een overschot van € 83.735 toegevoegd aan de voorziening afvalstoffenheffing.
De afvalstoffenheffing wordt volledig kostendekkend geheven. In 2025 is echter opnieuw een overschot ontstaan van € 83.735 dat aan de voorziening afval is toegevoegd. Hoe hoog bedraagt deze voorziening ultimo 2025 en op welke wijze wil het college deze reserve inzetten om toekomstige tariefstijgingen voor inwoners te beperken?
Ultimo 2025 bedraagt de voorziening € 299.838. Bij het opstellen van de begroting 2027 zal worden bezien op welke wijze de reserve zal worden ingezet om de tariefontwikkeling bij te stellen.
Vraag 2: pagina 110: Rioolheffing De rioolheffing liet in 2025 een overschot zien van € 109.260, dat is toegevoegd aan de voorziening rioleringen. Hoe hoog bedraagt deze voorziening ultimo 2025 en welke tariefontwikkeling verwacht het college voor de rioolheffing in de periode 2026-2029?
Ultimo 2025 bedraagt de voorziening € 109.260. Ook voor de rioolheffing geldt dat bij het opstellen van de begroting 2027 zal worden bezien op welke wijze de reserve zal worden ingezet om de tariefontwikkeling bij te stellen. Op dat moment kan pas inzicht worden gegeven in de verwachte tariefontwikkeling.
Vraag 3: Pagina 111:
De opbrengst uit toeristenbelasting ligt ruim € 53.000 boven de begroting en het aantal overnachtingen ontwikkelt zich positief. Heeft het college inzicht in de ontwikkeling van het aantal overnachtingen per accommodatiecategorie en acht het college verdere verhogingen van de toeristenbelasting wenselijk of juist niet?
Sinds kort verstrekt de BsGW periodiek overzichten waarbij de ontwikkeling in het aantal overnachtingen per accommodatiecategorie wordt weergegeven. (De systemen waren daar voor de overgang naar het nieuwe systeem niet helemaal op ingericht.). De bulk van de overnachtingen vindt plaats in vakantiewoningen (m.n. bungalowpark).
Bij de vastgestelde ombuigingen is in format 17 Toeristenbelasting afgesproken dat de toeristenbelasting met ingang van 2027 voor het eerst weer wordt verhoogd met € 0,20 per persoon per nacht. Dit om de twee jaar.
Paragraaf: Onderhoud kapitaalgoederen Paragraaf: Grondbeleid Vraag 1: pagina 119:
In de jaarstukken wordt vermeld dat voor het Centrumplan Simpelveld strategisch voorkeursrecht is gevestigd.
Kan het college aangeven hoeveel van de beoogde panden en gronden inmiddels zijn verworven of onder regie van de gemeente zijn gebracht? Daarnaast vernemen wij graag welke verwervingsstrategie wordt gevolgd en op welke termijn het college verwacht over voldoende eigendomposities te beschikken om de centrumontwikkeling daadwerkelijk integraal uit te kunnen voeren. -Aangekochte panden: 1 -Overeenstemming is bereikt met de eigenaren van panden. De formele overdracht (passeren aankoopaktes bij de notaris) moet nog plaatsvinden: 2. -Met de eigenaren van panden worden gesprekken gevoerd: 4.
De onderhandelingen met drie eigenaren van de laatstgenoemde panden worden opgestart zodra de resultaten van de in mei/juni 2026 uitgevoerde bodemonderzoeken bekend zijn.
Ter duiding: Voor het gesprek wordt de coulante weg toegepast waarbij gemeente er alles aan gelegen is om samen met de huidige pandeigenaren goed en zorgvuldig op te trekken. Vanwege deze minnelijke strategie is een harde datum voor overdracht niet te duiden.
39 Paragraaf: Verbonden partijen Vraag 1: pagina139: WoonWijzerWinkel Zuid-Limburg Uit de jaarstukken blijkt dat WoonWijzerWinkel Zuid-Limburg in 2025 een negatief resultaat heeft van € 699.247 en een negatief eigen vermogen van € 875.646. Daarbij wordt vermeld dat de nieuwe directie werkt aan een herstelplan.
Kunt u aangeven wat de oorzaken zijn van deze financiële situatie, welke gevolgen dit kan hebben voor de gemeente Simpelveld en voor lopende verduurzamingsprojecten, en wanneer de raad wordt geïnformeerd over het herstelplan?
Over de situatie bij de Woonwijzerwinkel (WWWL) volgt nog een raadsinformatiebrief. Momenteel wordt nog onderzocht wat precies de oorzaken hiervan zijn, al werd hiermee ook al bij de oprichting rekening gehouden.
Inmiddels heeft de (nieuwe) directie van de WWWL de begroting voor 2026 zodanig bijgesteld dat deze (nagenoeg) sluitend is. In de zomermaanden wordt gewerkt aan een meerjarig sluitende begroting die in het najaar aan de aandeelhoudersvergadering zal worden gepresenteerd. De financiële situatie is niet van invloed op lopende projecten. Een mogelijkheid is dat het voorstel zal worden gedaan om de aan de WWWL verstrekte lening om te zetten in aandelenkapitaal. Zodra hierover meer bekend is zal de raad daarover worden geïnformeerd.
Vraag 2: Verbonden partijen algemeen Op jaarbasis bedraagt het financiële aandeel van verbonden partijen indicatief 35–40% van de gemeentelijke begroting. Tegelijkertijd constateert de jaarrekening dat samenwerking ook betekent dat aan invloed en zeggenschap wordt ingeboet.
Hoe borgt het college dat de raad voldoende grip houdt op verbonden partijen, met name wanneer sprake is van financiële tekorten, beperkt eigen weerstandsvermogen of belangrijke beleidskeuzes buiten de directe gemeentelijke organisatie?
De gemeente Simpelveld is in verhouding een kleine speler bij gemeenschappelijke regelingen. Daarom zoeken we, waar mogelijk, de samenwerking met andere gemeenten op. Daarbij kijkend naar gezamenlijke belangen.
Het college tracht de raad zo goed mogelijk te informeren over ontwikkelingen bij gemeenschappelijke regelingen. Bij gemeenschappelijke regelingen gaat het veelal om uitvoerende werkzaamheden waarbij het beleid door de gemeente(raad) wordt vastgesteld.
Paragraaf: WOO Vraag 1: pagina 142: In 2025 zijn 30 passieve Woo-verzoeken ontvangen. Tegelijkertijd wordt aangegeven dat de implementatie van de Woo pas in 2027 wordt afgerond en dat voor het op orde krijgen van de informatiehuishouding nog drie jaar extra nodig is.
Kunt u aangeven hoeveel van deze Woo-verzoeken binnen de wettelijke termijn zijn afgehandeld, hoeveel verzoeken nog openstaan en wat de gemiddelde doorlooptijd was?
Daarnaast vernemen wij graag of de toename en complexiteit van Woo-verzoeken leidt tot extra werkdruk, inzet van externe ondersteuning of juridische kosten, en welke maatregelen worden genomen om de informatiehuishouding en actieve openbaarmaking sneller op orde te brengen. -De implementatie binnen de gemeente Simpelveld van actieve openbaarmaking zal eerder dan de door de Rijksoverheid aangegeven termijn van drie jaar zijn voltooid. Dit staat los van het aantal passieve Woo verzoeken. -Het aantal binnen de wettelijke termijn afgehandelde Woo-verzoeken zijn circa 20% aangezien de meeste Woo verzoeken complex zijn en een ruime reikwijdte hebben ook na precisering. Precisering, het intern verzamelen van documenten, het opvragen van zienswijzen en het anonimiseren en beoordelen van uitzonderingsgronden in documenten vergt veel tijd waardoor het zoals bij alle gemeenten en de Rijksoverheid haast onmogelijk is om verzoeken binnen 4 weken (6 weken met verdaging) af te doen. Er is geen dwangsom verschuldigd bij een ingebrekestelling. -De toename en complexiteit van Woo verzoeken leidt tot extra werkdruk, inzet van externe ondersteuning en juridische kosten, de actieve openbaarmaking is op orde binnen de daartoe van Rijkswege vastgestelde termijn.
40 JAARREKENING Hoofdstuk 4: Jaarrekening Vraag 1: pagina 178 WNT Uit de WNT-verantwoording blijkt dat in wederom 2025 sprake was van bezoldiging van twee functionarissen in de functie van gemeentesecretaris/algemeen directeur.
De bezoldiging van de afwezige gemeentesecretaris bedroeg € 120.469 in 2024 en € 122.848 in 2025.
Wij vragen waarom ondanks langdurige afwezigheid sprake is van een stijging van bezoldiging in 2025 ten opzichte van 2024, terwijl we juist een daling zouden verwachten na het eerste en zeker tweede ziektejaar.
Kunt u toelichten hoe dit zich verhoudt tot de gebruikelijke loondoorbetalingssystematiek bij langdurige ziekte?
Over deze vertrouwelijke kwestie worden t.z.t. de fractievoorzitters geïnformeerd.
Hoofdstuk 5: Overigen Vraag 1: SISA Energiearmoede Er zijn 18 koopwoningen ondersteund, 14 huishoudens kregen advies, maar 0 huurwoningen.
Vraag:
Waarom zijn in 2025 geen huurwoningen bereikt binnen de aanpak energiearmoede? Hoe wordt geborgd dat ook huurders met energiearmoede ondersteuning ontvangen?
Om ook huurders met energiearmoede te ondersteunen is een Plan van Aanpak opgesteld om samen met Krijtland Wonen en de WoonWijzerWinkel praktische ondersteuning te bieden om de energiekosten te verlagen. In beide dorpskernen worden in het najaar informatiebijeenkomsten georganiseerd om huurders bewust te maken van energiebesparing. Daarnaast krijgen bewoners vouchers voor eenvoudige energiebesparende producten en kunnen zij hulp krijgen bij installatie.
Vraag 2: pagina 187: Incidentele baten en lasten Is bij het opstellen van het overzicht incidentele baten en lasten rekening gehouden met de recent verschenen handreiking over incidentele baten en lasten?
Zo ja, op welke wijze is deze handreiking toegepast? Zo nee, waarom niet?
Daarnaast vragen wij om het overzicht opnieuw kritisch te beoordelen. Het overzicht lijkt op onderdelen nog steeds posten als incidenteel te kwalificeren die feitelijk een terugkerend of structureel karakter hebben. Als voorbeeld noemen wij de aanpak van de roekenoverlast, die al meerdere jaren speelt en waarvoor ook in 2026 en mogelijk 2027 middelen worden ingezet.
De recente handreiking incidentele baten en lasten is bij ons bekend. Bij het opstellen van het overzicht is hiermee rekening gehouden. Het overzicht is conform het verzoek van de Auditcommissie getoetst door onze accountant. Naar aanleiding hiervan zijn enkele aanpassingen doorgevoerd. Het aangepaste overzicht en bijbehorende toelichting is inmiddels versterkt. Daarnaast geeft de accountant als suggestie mee om in de toelichting op de diverse incidentele posten nadrukkelijker aan te geven waarom een post als incidenteel is aangemerkt. Deze suggestie nemen wij voor de toekomstige p&c-documenten over.
De scheidslijn tussen incidenteel en structureel is niet altijd helder en kan tot verschil van inzicht leiden. Het is immers geen ‘exacte wetenschap’. Voor wat betreft de aanpak van de roekenoverlast het volgende. Naar aanleiding van het recente raadsbesluit om de aanpak van de roekenoverlast voort te zetten, zijn deze uitgaven inmiddels als structureel aan te merken.
41 Fractie CDA Simpelveld-Bocholtz Raadsvoorstel Aanbieding aan Raad Hoofdstuk 1: Algemeen JAARVERSLAG Hoofdstuk2: Programmaverantwoording Programma 0: Bestuur Op pagina 26 van het jaarverslag wordt aangegeven dat het uitvoeringsplan concrete acties behelst. Houdt het uitvoeringsplan rekening met de inhoud van het coalitieakkoord van het kabinet?
De strategische visie is door de burgers van Simpelveld ‘samengesteld’: zij hebben aangegeven wat ze belangrijk vinden voor Simpelveld in 2040 cq. hoe zij Simpelveld zien in 2040. Bij het bepalen van deze stip op de horizon hebben onze burgers zich (naar alle waarschijnlijkheid) niet laten leiden door het coalitieakkoord van het kabinet.
Het uitvoeringsplan dat voortvloeit uit de strategische visie geeft meer concreet aan welke acties we komende periode willen gaan oppakken. Deze acties zullen een plek moeten krijgen in de jaarlijkse P&C-documenten. Op dat moment zal bezien moeten worden hoe e.e.a. past in het coalitieakkoord van het kabinet. vraag 2 Met betrekking tot burgerparticipatie, pagina 26 van het jaarverslag. Doorontwikkeling via Notitie Burgerparticipatie wordt dus thans opgepakt. Budget voor inrichten van platform burgerparticipatie en – onderzoek zal dan moeten komen. Enig idee hoeveel de kosten daarvoor zullen zijn en met ingang van welk jaar dat wordt geraamd?
Deze kosten, jaarlijks ruim € 10.000, waren reeds geraamd vanaf 2026. Echter zijn deze vanaf 2027 door de ombuiging geschrapt. Er is derhalve momenteel geen budget beschikbaar voor een platform. vraag 3 Pagina 27. Wat is het verschil tussen dienstverlenings- en klanttevredenheidsonderzoek?
Met het dienstverleningsonderzoek wordt het tweejaarlijkse dienstverleningsonderzoek bedoeld dat afgelopen jaren samen met de andere Parkstad gemeenten is uitgevoerd. Eén keer per twee jaar ontvangen inwoners een vragenlijst waarmee zijn hun mening over onze dienstverlening kunnen geven. In een (doorlopend) klanttevredenheidsonderzoek wordt de inwoner kort na het moment van het daadwerkelijke contact en/of doorlopen van een proces gevraagd naar de tevredenheid. De gegeven feedback wordt daarmee specifieker. Het zorgt ervoor dat je gerichter aan de slag kunt om zaken te verbeteren.
Programma 1: Veiligheid Programma 2: Verkeer, vervoer en waterstaat Programma 3: Economie vraag 1 Pagina 46. Oprichten van een nieuwe ondernemersvereniging. Op welke wijze heeft de gemeente een stimulerende rol gespeeld bij de tot oprichting komen van de ondernemersvereniging en welke (faciliterende) rol heeft de gemeente in deze?
Wij hebben de initiatiefnemers van het oprichten van een nieuwe ondernemersvereniging op de volgende wijze ondersteund /gefaciliteerd:
- De gemeente heeft de kosten voor de Kick-off op 19 mei 2025 bijeenkomst ad € 1.500 gefinancierd.
- De gemeente heeft toegezegd dat zij bereid is ook de vervolgbijeenkomst ad € 1.500 te financieren onder de voorwaarde dat de ondernemers zelf de derde en afrondende bijeenkomst ad € 1.500 zelf bekostigen.
We hebben nog geen bericht ontvangen of en wanneer de vervolgovereenkomst plaatsvindt. De toegezegde bijdrage is derhalve ook nog niet betaalbaar gesteld. vraag 2 Realisatie Parkstadroute, pagina 47. Het is meer dan een jaar verstreken dat de gemeente heeft ingestemd met eigendomsoverdracht van Provincie naar gemeente. Hoe is de stand van zaken wat betreft besluitvorming binnen de provincie Limburg?
De eigendomsoverdracht van de Pqrkstadroute op het emplacement van de Miljoenenlijn is nog niet geregeld. Provincie moet alvorens dit kan worden geregeld, de gebruiksovereenkomst met de Miljoenenlijn voor het tracégedeelte van de Parkstadroute nog aanpassen.
Programma 4: Onderwijs
42 Programma 5: Sport, cultuur en recreatie Programma 6: Sociaal domein Programma 7: Volksgezondheid en milieu vraag 1 Pagina 76 en 82. Kan worden aangegeven hoe de regenwaterbuffer bij de Bongerd zou kunnen worden gerealiseerd? BERAP, pagina 47 geeft aan Rijksprogramma Deltaplan Hoge Zandgronden (DHZ). vraag 2 Pagina 77. Hoe is de stand van zaken in het kader van het project Waterveiligheid & Ruimte Limburg (WRL)? Kunnen gepaste maatregelen worden aangekondigd, afgezien van de buffer Bulkemsbroek?
Momenteel vinden de voorbereidende werkzaamheden plaats die moeten leiden tot een gedragen technisch ontwerp, dit in nauwe samenwerking met het Waterschap. Een deel van de investering zal voort kunnen komen uit subsidies van het Waterschap.
Het project Waterveiligheid & Ruimte Limburg (WRL) bevindt zich nog in een verkennende fase. Conform planning zal eind juni 2027 een definitieve voorkeursvariant gereed zijn. vraag 3 Pagina 79 en 82. De Provincie verleent subsidie voor een bedrag van 94.486 euro voor soortenmanagementplan (SMP). Bovendien is er subsidie voor compensatieopgave ad 23.600 euro. Zie BERAP, pagina 49. Is de raming kosten 75.000 euro?
Voor het opstellen van het soortenmanagementplan (SMP) is in de begroting een bedrag van €150.000 opgenomen voor de jaren 2026 en 2027. Dit bedrag is uitsluitend kostendekkend voor het opstellen van het SMP. Naast het opstellen van het SMP worden echter ook kosten verwacht voor de voorbereiding, implementatie, uitvoering, monitoring en het inrichten van alternatieve kraamverblijfplaatsen.
De combinatie van de in de begroting opgenomen middelen en de aanvullende subsidies van de Provincie Limburg wordt volledig ingezet ten behoeve van het SMP, maar dus niet alleen voor het opstellen ervan.
Programma 8: Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stedelijke vernieuwing Hoofdstuk 3: Paragrafen Paragraaf: Bedrijfsvoering Paragraaf: Weerstandsvermogen en risicobeheersing Paragraaf: Treasury Paragraaf: Lokale heffingen Paragraaf: Onderhoud kapitaalgoederen Paragraaf: Grondbeleid Paragraaf: Verbonden partijen Paragraaf: WOO JAARREKENING Hoofdstuk 4: Jaarrekening Hoofdstuk 5: Overigen
Bekijk de brief: 8. Schriftelijke vragen en antwoorden jaarstukken 2025
Bron: raadsinformatie van de gemeente Simpelveld (Open Besluitvorming). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.