14 oktober 2026 · beleidsregel · gemeente Het Hogeland

Leidraad invordering gemeentelijke belastingen gemeente Het Hogeland

Op 14 oktober 2026 maakte de gemeente Het Hogeland via het Gemeenteblad (officielebekendmakingen.nl) bekend: Leidraad invordering gemeentelijke belastingen gemeente Het Hogeland.

Onderwerp
Grond en vastgoed
Bekendgemaakt
14 oktober 2026

De bekendmaking

De invorderingsambtenaar van de gemeente Het Hogeland;

gelet op de Invorderingswet 1990 en de artikelen 160, 231 en 249 tot en met 257 van de Gemeentewet;

overwegende:

dat het wenselijk is beleid te formuleren ten aanzien van het invorderen van gemeentelijke belastingen;

dat de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) een modelleidraad invordering gemeentelijke belastingen heeft opgesteld, die grotendeels overeenkomt met de Leidraad Invordering Rijksbelastingen;

dat de gemeente Het Hogeland deze modelleidraad van de VNG als uitgangspunt heeft genomen voor de Leidraad invordering gemeentelijke belastingen gemeente Het Hogeland, waarbij op de navolgende punten is afgeweken van de genoemde modelleidraad:

Gemeente Het Hogeland hanteert de Verordening kwijtschelding gemeentelijke belastingen gemeente Het Hogeland 2023 van 14 december 2022;

Gemeente Het Hogeland werkt samen met het Noordelijk Belastingkantoor (NBK) op het gebied van het beoordelen en afhandelen van kwijtscheldingsverzoeken.

Het verzoek om kwijtschelding van gemeentelijke belastingen wordt gedaan bij het NBK.

Via het Regieportaal van het NBK worden de gegevens met betrekking tot aanvragen en besluiten uitgewisseld tussen NBK en gemeente Het Hogeland.

besluit:

vast te stellen de Leidraad invordering gemeentelijke belastingen gemeente Het Hogeland, opgenomen in de bij dit besluit behorende bijlage.

Dit besluit treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.

Gemeente Het Hogeland, 28 september 2026

De invorderingsambtenaar van Gemeente Het Hogeland

Mevrouw C.F.M. Veltman

Dit artikel bevat de inleiding van de Leidraad Invordering gemeentelijke belastingen en het beleid over het toepassingsgebied zoals opgenomen in artikel 1 van de Invorderingswet 1990.

Net als de Leidraad Invordering 2008 van het Rijk1 (hierna: Rijksleidraad) bevat de Leidraad Invordering gemeentelijke belastingen enkel beleidsregels. Werkinstructies zijn niet opgenomen.

Bij de opmaak van de gemeentelijke leidraad is aansluiting gezocht bij de Rijksleidraad. Het is echter geen kopie. Daar waar noodzakelijk zijn bepalingen toegevoegd of aangepast aan de gemeentelijke situatie.

Opzet van de Leidraad

Voor de indeling in artikelen en subartikelen is door de VNG aangesloten bij de Rijksleidraad. Sommige artikelen uit de Invorderingswet 1990 en onderdelen van de Rijksleidraad treft u echter niet aan. Reden hiervoor is dat deze onderdelen en artikelen niet van toepassing zijn voor de gemeente. Dit is aangegeven met de opmerking: ‘Deze bepaling is niet van toepassing voor de gemeente’. De VNG heeft dit gedaan om de nummering van de originele Rijksleidraad niet te veranderen. De (halfjaarlijkse) wijzigingen van het Ministerie van Financiën kunnen dan sneller gevonden en veranderd worden.

Vanwege de leesbaarheid wordt in deze leidraad het begrip ‘ontvanger’ in plaats van de wettelijke term ‘gemeenteambtenaar belast met de invordering van gemeentelijke belastingen’1 gebruikt. Om dezelfde reden wordt in deze leidraad het begrip ‘inspecteur’ gebruikt in plaats van de wettelijke term ‘gemeenteambtenaar belast met de heffing van gemeentelijke belastingen’2. In de andere gevallen heeft de VNG gekozen voor de directe vertaling van (Rijks)belastingfunctionarissen naar de lokale benamingen.

TABEL INVOEGEN

1 Artikel 231, tweede lid, onderdeel c, van de Gemeentewet

2 Artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet

belasting(en): belastingen die door de gemeente worden geheven;

belastingdeurwaarder: de daartoe door het college aangewezen gemeenteambtenaar bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdeel e, van de Gemeentewet;

besluit (het): het Uitvoeringsbesluit Invorderingswet 1990;

college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente;

echtgenoot: de echtgenoot, bedoeld in artikel 3 Pw;

hoger beroep: hoger beroep bij een gerechtshof dan wel, als beroep in cassatie bij de Hoge Raad is ingesteld, cassatieberoep;

inspecteur: de gemeenteambtenaar bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet, met inbegrip van de ambtenaren aan wie ter zake mandaat is verleend door de inspecteur;

ondernemer: de belastingschuldige die een onderneming drijft of zelfstandig een beroep uitoefent;

ontvanger: de gemeenteambtenaar bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdeel c, van de Gemeentewet, met inbegrip van de ambtenaren aan wie ter zake mandaat is verleend door de ontvanger;

particulier: de belastingschuldige die niet als ondernemer wordt aangemerkt;

regeling (de): de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990;

wet (de): de wet van 30 mei 1990 op de invordering van rijksbelastingen (Invorderingswet 1990).

Onder de overige in deze leidraad gebruikte begrippen wordt hetzelfde verstaan als de wet daaronder verstaat.

Deze bepaling is niet van toepassing voor de gemeente.

De invordering met betrekking tot aansprakelijkgestelden en andere derden vindt voor een groot deel op overeenkomstige wijze plaats als de invordering met betrekking tot belastingschuldigen. Omwille van de leesbaarheid is vermeden steeds de aansprakelijkgestelden en andere derden te noemen, zonder dat hiermee wordt beoogd de toepasselijkheid van die voorschriften te beperken.

In de invordering wordt zoveel mogelijk gehandeld in overeenstemming met de Awb, ondanks het feit dat artikel 3:40, titels 4.1 tot en met 4.3, artikel 4:125, titel 5.2, de hoofdstukken 6 en 7 en afdeling 10.2.1 Awb niet van toepassing zijn op de wet. Dit betekent onder meer dat de beslistermijnen uit de Awb inclusief de mogelijkheden tot verlenging van toepassing zijn, tenzij de wet3, de regeling of deze leidraad anders bepaalt. Voor beschikkingen op aanvraag geldt daarom een termijn van acht weken met de mogelijkheid hiervan af te wijken door een redelijke termijn te noemen (zie artikel 4:13, 4:14 en 4:15 Awb). Voor het beslissen op bezwaarschriften geldt een verdagingstermijn van maximaal zes weken en de mogelijkheid tot verder uitstel in gezamenlijk overleg (artikel 7:10 Awb). Voor het beslissen op beroepschriften bij administratief beroep geldt een verdagingstermijn van maximaal zes weken en de mogelijkheid tot verder uitstel in gezamenlijk overleg (artikel 7:24 Awb). Het uitgangspunt met betrekking tot de Awb-conforme werkwijze geldt niet voor de regeling inzake de dwangsom bij niet tijdig beslissen (artikel 4:17 Awb)4. Het laatste betekent dat bij de uitvoering van de wet de dwangsom uitsluitend van toepassing is op de volgende gevallen: bezwaarschriften tegen beschikkingen invorderingsrente als bedoeld in artikel 30, eerste lid, van de wet; bezwaarschriften tegen beschikkingen ambtshalve kwijtschelding als bedoeld in artikel 26a van de wet; bezwaarschriften tegen beschikkingen aansprakelijkstelling als bedoeld in artikel 49, eerste lid, van de wet; bezwaar- en beroepschriften als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Kostenwet invordering rijksbelastingen. bezwaarschriften tegen beschikkingen kostenvergoeding bij een onrechtmatig opgelegde verplichting als bedoeld in artikel 62a, eerste lid, van de wet; bezwaarschriften tegen beschikkingen bestuurlijke boete als bedoel in artikel 63b van de wet. Naast het zoveel mogelijk handelen in overeenstemming met de Awb moet de ontvanger bij zijn handelen de algemene beginselen van behoorlijk bestuur in acht te nemen, ook als sprake is van privaatrechtelijke handelingen (beslag, executoriale verkoop en dergelijke).

De volledige tekst staat bij de bron.

Naar de bron Download de authentieke pdf

Meer beleidsregel van de gemeente Het Hogeland

Alle bekendmakingen van de gemeente Het Hogeland

Eerste keer opgehaald: 14 oktober 2026 · Laatst bijgewerkt: 14 oktober 2026

Politiek.app toont de bekendmaking ter informatie; de officiële tekst is leidend.