voorstel VVGB Hoeninkdijk
Een raadslid stelde op 13 oktober 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Aalten (7 vragen).
In het kort
7 vragen en wat het college antwoordt
- Reikwijdte besluit: Zoals het nu geformuleerd staat geeft de raad aan geen bezwaren te hebben tegen de provinciale omgevingsvergunning. "De raad wordt voorgesteld: 1… → Antwoord college: Nee, de verklaring van geen bedenkingen van de gemeenteraad ziet alleen op de omgevingsvergunning voor de activiteit “gebruiken van gronden en of bouwwerken in strijd met…
- De provincie heeft zoals uit Bijlage 1, in paragraaf 2 op pp. 13-14, blijkt een zestiental overtredingen vastgesteld ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan. → Antwoord college: Het perceel van Meerdink wordt namens de provincie regelmatig bezocht door toezichthouders van de Omgevingsdienst Groene Metropool.
- Algemeen tav de rol van het college en de motivatie richting raad: leefklimaat. → Vraag 3.2.
- Voor het bijgebouw in afwijking 11 in de Ruimtelijke Onderbouwing is waarschijnlijk ten onrechte verwezen naar bijlage 13, terwijl dat bijlage 18 behoort te zijn. → Vraag 4.2.
- Hoe zit het nu precies met de referentiesituatie voor stikstof? → In bijlage 1, in paragraaf 4 op p. 19 staat ´de feitelijke en de toegestane situatie´.
- Het terrein op en rond het bedrijf is aangemerkt als archeologisch waardevol. → Hoe gaat dat normaal gesproken procedureel in zijn werk?
- De stookinstallatie voor mesthygiënisatie gaat over van gas naar diesel als brandstof. → Antwoord college: Het gaat in dit geval om een milieu hygiënische kwestie.
Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.
Aanleiding
Pagina 1 van 5 Raadsmededeling openbaar Nummer : 92-2026 Datum : 07-09-2026 B&W datum : N..v.t.
Beh. Ambtenaar : Bouke Witjes Portefeuillehouder : Arnold Joost Onderwerp : Verklaring van geen bedenkingen Meerdink Aanleiding:
De fractie van PP en PRO heeft aanvullende vragen gesteld over het raadsvoorstel met betrekking tot de VvGB van het agrarisch bedrijf Meerdink.
Wij hebben onze antwoorden verwerkt in de vragen van de raadsfractie. Op deze wijze is één leesbaar document ontstaan.
Inhoud mededeling:
Vragen en antwoorden
Vraag 1
Reikwijdte besluit: Zoals het nu geformuleerd staat geeft de raad aan geen bezwaren te hebben tegen de provinciale omgevingsvergunning. "De raad wordt voorgesteld: 1. een ontwerpverklaring van geen bedenkingen af te geven voor het verlenen van een omgevingsvergunning door Gedeputeerde Staten van Gelderland voor het agrarisch bedrijf gevestigd aan de Hoeninkdijk 6, 6a, 8 en Kloosterdijk 13 te Aalten, overeenkomstig de ingediende aanvraag om omgevingsvergunning d.d. 29 juni 2021” Vraag 1.1. Betekent deze formulering dat de raad ook akkoord gaat met de natuur- en milieuaspecten van de provinciale omgevingsvergunning?
Antwoord van het college
Antwoord college:
Nee, de verklaring van geen bedenkingen van de gemeenteraad ziet alleen op de omgevingsvergunning voor de activiteit “gebruiken van gronden en of bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan” (als bedoeld in artikel 2. 1 lid 1 onder c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht). Het ziet dus niet op andere aangevraagde activiteiten zoals de activiteit “milieu” of de activiteit “natuur”. Gedeputeerde Staten zijn voor die activiteiten het bevoegde gezag.
Vraag 1.2. Kan de raad over deze volle breedte feitelijk wel een oordeel vellen en bijgevolg een Verklaring van geen bedenkingen afgeven? De raad heeft hier onvoldoende kennis over, sterker nog: de betreffende aanvraag ontbreekt bij de stukken.
Antwoord college:
De raad moet en mag bij de verklaring van geen bedenkingen uitsluitend een oordeel geven over de ruimtelijke aanvaardbaarheid van die punten van het aangevraagde project die in strijd zijn met het bestemmingsplan. De beoordeling van natuur-, milieu- en andere vergunningaspecten behoort tot de bevoegdheid van het bevoegd gezag (de provincie) en maakt geen onderdeel uit van het besluit van de raad.
Vraag 1.3. Is het toevoegen van afkadering in de formulering van het besluit juridisch mogelijk? Als voorbeeld: De raad wordt voorgesteld: 1. een ontwerpverklaring van geen bedenkingen af te geven voor het verlenen van een omgevingsvergunning door Gedeputeerde Staten voorzover dit betrekking heeft op de ruimtelijke omgevingsplan-aspecten genoemd in bijlage 1, in paragraaf 4 op pp. 15 vlgg., bij het raadsvoorstel.
Pagina 2 van 5 Antwoord college:
De raad moet en mag bij de verklaring van geen bedenkingen uitsluitend een oordeel geven over de ruimtelijke aanvaardbaarheid van die punten van het aangevraagde project die in strijd zijn met het bestemmingsplan. De beoordeling van natuur-, milieu- en andere vergunningaspecten behoort tot de bevoegdheid van het bevoegd gezag (Gedeputeerde Staten) en maakt geen onderdeel uit van het besluit van de raad.
Vraag 2
De provincie heeft zoals uit Bijlage 1, in paragraaf 2 op pp. 13-14, blijkt een zestiental overtredingen vastgesteld ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan. Vraag 2.1. Wanneer heeft de schouw plaatsgevonden waarbij deze overtredingen zijn geconstateerd?
Antwoord van het college
Antwoord college:
Het perceel van Meerdink wordt namens de provincie regelmatig bezocht door toezichthouders van de Omgevingsdienst Groene Metropool. Op 16 mei 2025 hebben Gedeputeerde Staten een voornemen van een handhavingsbesluit verstuurd naar Meerdink ten aanzien van verschillende bouwwerken die in strijd met het bestemmingsplan waren gerealiseerd. In dat voornemen wordt verwezen naar een controle van 30 augustus 2024.
Vraag 2.2. Heeft de provincie op grond van de geconstateerde overtredingen het bedrijf nog aanwijzingen gegeven om de situatie aan te passen aan het bestemmingsplan?
Antwoord college:
Na de controle zijn geen aanwijzingen gegeven om de situatie in overeenstemming te brengen met het bestemmingsplan. De initiatiefnemer is in de gelegenheid gesteld de mogelijkheden tot legalisatie van de geconstateerde situatie te onderzoeken. Wat betreft de strijdigheden met het bestemmingsplan heeft Meerdink ervoor gekozen om hiervoor een aanvraag omgevingsvergunning ter legalisering in te dienen. Dat is een weg die voor Meerdink open staat en waar wij nu een oordeel over moeten geven. Als er een vergunning verleend kan worden, dan hoeft Meerdink niets aan te passen. Als hiervoor geen vergunning verleend kan worden, ligt het voor de hand dat Gedeputeerde Staten handhavend optreden.
Vraag 2.3. Heeft de provincie op grond van de geconstateerde overtredingen de gemeente nog aanwijzingen gegeven om de situatie aan te doen passen aan het bestemmingsplan?
Antwoord college:
Nee, de provincie heeft geen aanwijzingen gegeven aan de gemeente. De provincie is een handhavingsprocedure gestart richting Meerdink, o.a. voor wat betreft verschillende bouwwerken die in strijd met het bestemmingsplan waren gebouwd. Deze procedure is aangehouden omdat Meerdink zich bereid toonde om hiervoor ter legalisatie een omgevingsvergunning aan te vragen. Die aanvraag ligt nu ter beoordeling voor. De provincie stelt zich terecht op het standpunt dat de gemeenteraad de enige is die gaat over de planologische mogelijkheden op het perceel en geeft daarom inhoudelijk geen concrete aanwijzingen. De provincie zal zich moeten houden aan het besluit van de gemeenteraad omtrent de benodigde verklaring van geen bedenkingen. Weigert de gemeenteraad om de verklaring van geen bedenkingen af te geven, dan zal de provincie de aangevraagde vergunning moeten weigeren. Verleent de gemeenteraad de verklaring van geen bedenkingen dan kan de vergunning door de provincie alleen geweigerd worden als er weigeringsgronden zijn voor de andere (andere dan de activiteit “gebruik van gronden of bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan”) aangevraagde activiteiten (bijv. de activiteit “milieu”).
Vraag 2.4. Welke aanpassingen zijn na de schouw nog aangebracht aan de bebouwing, de inrichting of het gebruik, en heeft het college deze beoordeeld?
Antwoord college:
Om te beginnen merken wij op dat Gedeputeerde Staten het bevoegde gezag is ten aanzien van het perceel van Meerdink. Dat betekent dat de gemeente daar geen toezicht houdt en pas een rol heeft op het moment dat er een concrete aanvraag omgevingsvergunning wordt ingediend bij de provincie waar de gemeente vervolgens haar oordeel over moet geven (advies en/of verklaring van geen bedenkingen).
Meerdink heeft een omgevingsvergunning aangevraagd en de gemeenteraad wordt in die procedure door de provincie gevraagd om een besluit te nemen over de noodzakelijke verklaring van geen bedenkingen voor zover de aanvraag ziet op onderdelen van het project die in strijd zijn met het bestemmingsplan. Als er sprake is van nieuwe ontwikkelingen op het perceel die geen onderdeel uitmaken van de aangevraagde vergunning, dan heeft de verklaring van geen bedenkingen daar geen betrekking op en zal hiervoor dus ook geen vergunning verleend worden.
Pagina 3 van 5 Voor zover ons bekend zijn er geen wijzigingen op het perceel ten aanzien van de nu aangevraagde strijdigheden met het bestemmingsplan die maken dat de aanvraag zoals die is ingediend, niet meer voldoende actueel is. Als Meerdink nu of in de toekomst opnieuw activiteiten wil uitoefenen die niet zijn toegestaan op grond van het bestemmingsplan, dan kan/moet Meerdink daar dan opnieuw een omgevingsvergunning voor aanvragen.
Vraag 3
Algemeen tav de rol van het college en de motivatie richting raad: leefklimaat. De Ruimtelijke Onderbouwing is opgesteld in opdracht van de initiatiefnemer. Een transparante eigen afweging van het college ontbreekt. Bij geen van de zestien afwijkingen wordt een indicatie gegeven van een mogelijke negatieve impact, risico of kanttekening. Vraag 3.1. Betekent dit dat u geen enkele risico ziet of kanttekening zet bij één of meerdere van deze 16 punten?
Antwoord van het college
Vraag 3.2. Heeft het college onderzoek gedaan naar de vraag of de lijst van in de Ruimtelijke Onderbouwing opgesomde afwijkingen van het bestemmingsplan volledig en juist is? Zo ja, wat was de conclusie? Zo nee, waarom niet?
Antwoord college vraag 3.1 en 3.2:
Deze vragen hebben betrekking op de bestuurlijke afweging, de motivering van het college, de volledigheid van de planologische beoordeling, de resterende planologische strijdigheden en de borging van democratische rechtsbescherming. Dat wij geen eigen afweging zouden hebben gemaakt, is een misvatting.
Wij hebben immers aan uw raad het voorstel voorgelegd om een verklaring van geen bedenkingen af te geven. Dit betekent dat wij de 16 afwijkingen (zowel afzonderlijk als in totaal) hebben beoordeeld. In het kader van een goede ruimtelijke ordening zien wij geen reden om hieraan geen medewerking te verlenen. In de ruimtelijke onderbouwing zijn de afwijkingen verantwoord.
Uiteindelijk blijft de totale omvang van het agrarisch bouwperceel gelijk, vinden er binnen het bestaande bouwvlak ondergeschikte functiewijzigingen plaats en wordt voor zover het gaat om de stikstofdepositie gehandeld binnen de voor dit bedrijf geldende referentiesituatie.
Bij de voorbereiding van deze aanvraag is er nadrukkelijk met de adviseur van de aanvrager afgesproken om alle afwijkingen minutieus op te nemen in de aanvraag. Naar ons oordeel is deze opsomming volledig.
Deze omgevingsvergunning vervangt, zodra deze onherroepelijk is, alle voorgaande vergunningen.
Gelet op de bestaande situatie, de aangevraagde wijzigingen en de resultaten van de uitgevoerde onderzoeken, achten wij de afwijkingen uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening aanvaardbaar Voor ons is daarbij van belang dat de omvang van het agrarisch bouwvlak per saldo niet wordt vergroot, er een landschappelijke inpassing plaats vindt en de relevante omgevingsaspecten (bodem, natuur, geluid, geur, externe veiligheid, water en verkeer) zich niet verzetten tegen de vergunningverlening Vraag 3.3. Is het zeker dat er na de af te geven verklaring van geen bedenkingen en de verleende vergunning geen strijdigheid met het Bestemmings-/Omgevingsplan meer bestaat? Hoe en door wie wordt dat gecontroleerd?
Antwoord college:
De provincie heeft het project aan het bestemmingsplan getoetst en daarbij een aantal strijdigheden geconstateerd. Over een aantal strijdigheden is discussie gevoerd tussen de provincie en Meerdink maar Meerdink heeft uiteindelijk voor alle punten een aanvraag ingediend. Op die punten ziet de verklaring van geen bedenkingen. Hoewel we nooit kunnen uitsluiten dat er punten over het hoofd zijn gezien (het blijft mensenwerk) denken we dat het aangevraagde project correct en volledig is getoetst aan het bestemmingsplan. Als er nu op het perceel sprake is van strijdigheden met het bestemmingsplan die niet zijn opgenomen in de aangevraagde omgevingsvergunning, dan zal hiervoor dus ook geen vergunning verleend worden en kan hiertegen door de provincie, op het moment dat deze strijdigheden door de provincie worden ontdekt, worden opgetreden. Uiteindelijk is het de verantwoordelijkheid van Meerdink zelf dat hij beschikt over alle noodzakelijke vergunningen.
Vraag 3.4. hoe is het democratisch recht van mogelijk belanghebbenden geborgd als de 16 afwijkingen worden gelegaliseerd?
Antwoord college:
Als een vergunning kan worden verleend, dan zal hiervoor eerst een ontwerp-besluit (een ontwerp-vergunning) ter inzage worden gelegd. Bij dit ontwerp-besluit wordt dan ook de ontwerp-verklaring van geen bedenkingen van de gemeenteraad ter inzage gelegd. Hier kan een ieder zijn zienswijze op geven.
Vervolgens wordt het definitieve besluit genomen. In dat besluit zullen onder andere de zienswijzen
Pagina 4 van 5 beantwoord moeten worden. Als er zienswijzen worden ingediend die betrekking hebben op de activiteit “het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan” dan zullen die zienswijzen door de provincie aande gemeenteraad worden voorgelegd en dient de gemeenteraad een definitief besluit te nemen over de noodzakelijke verklaring van geen bedenkingen. Tegen het definitieve besluit kunnen belanghebbenden en mensen die een zienswijze hebben ingediend, beroep instellen bij de rechtbank.
Vraag 4
Voor het bijgebouw in afwijking 11 in de Ruimtelijke Onderbouwing is waarschijnlijk ten onrechte verwezen naar bijlage 13, terwijl dat bijlage 18 behoort te zijn. Als dat klopt valt dit bijgebouw ver buiten de flexibiliteitsopties in het bestemmingsplan. Vraag 4.1. Is hier in het verleden een bouw-/omgevingsvergunning voor afgegeven?
Antwoord van het college
Vraag 4.2. Zo ja, wanneer en met welke motivatie? Had de raad hier een Verklaring van geen bedenkingen of goedkeuring voor een BOPA voor dienen af te geven?
Vraag 4.3. Indien nee. Waarom is er niet handhavend opgetreden?
Vraag 4.4. Indien nee, had deze overduidelijke en zeer grote afwijking van het bestemmingsplan niet een meer uitgebreide toelichting verdiend door het college? (zie ook vraag 3.1) Antwoord college vraag 4.1 t/m 4.4:
Voor het bijgebouw bij de woning zoals die is gebouwd en waarvoor nu een vergunning wordt aangevraagd is in het verleden geen vergunning aangevraagd.
Zoals gezegd, ligt het toezicht en de handhaving op het perceel van Meerdink bij de provincie en niet bij de gemeente. De provincie is een handhavingsprocedure tegen het bijgebouw gestart nadat het zich realiseerde dat er sprake was van een illegale situatie.
Het gaat in dit geval om een bijgebouw/bedrijfsgebouw bij de bedrijfswoning Hoeninkdijk 6. Het gebouw is opgericht tussen de bedrijfswoning en de overige agrarische bedrijfsbebouwing. Op zich vinden wij deze locatiekeuze niet onlogisch in het kader van een goede ruimtelijke ordening. Deels is het bijgebouw binnen het bestaande agrarisch bouwvlak opgericht.
Afgezet tegen de totale omvang van de agrarische bedrijfsbebouwing, gaat het in dit geval verder om een bijgebouw van beperkte afmetingen. De aard en omvang van dit bijgebouw past ook bij de agrarische bedrijfswoning.
Vraag 5
Hoe zit het nu precies met de referentiesituatie voor stikstof?
Antwoord van het college
In bijlage 1, in paragraaf 4 op p. 19 staat ´de feitelijke en de toegestane situatie´. Daarna is steeds sprake van toegestane/vergunde situatie.
Vraag 5.1. Meestal is de vergunde situatie ruimer dan de feitelijke. Hoe zit dat bij het onderhavige bedrijf?
Antwoord college:
Voor wat betreft de referentiesituatie wordt uitgegaan van de (drie) onherroepelijke natuurvergunningen, die door Gedeputeerde Staten zijn verleend. Met de thans aangevraagde omgevingsvergunning wordt volledig binnen deze natuurvergunningen gebleven. Gezien de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van 18 december 2024 (ECLI:NL:RVS:2024:4923) geldt niet de eis dat de vergunde activiteiten feitelijk al aanwezig moeten zijn. Deze eis geldt alleen voor zover er uitsluitend een milieuvergunning is verleend. De aan de natuurvergunningen te ontlenen referentiesituatie is daarmee in dit geval leidend.
Ten opzichte van de geldende vergunning vindt er een lichte afname van de stikstofdepositie plaats.
Vraag 5.2. Welk (juridisch) risico loopt de gemeente of de provincie door uit te gaan van slechts de vergunde situatie? (MOB wint dikwijls rechtszaken op dit punt).
Antwoord college:
Gedeputeerde Staten zijn in dit geval verantwoordelijk voor de vergunningverlening. Dit aspect van de vergunningaanvraag wordt kritisch beoordeeld door Gedeputeerde Staten. De hoeveelheid rechtszaken omtrent de agrarische vergunningverlening is ons, maar ook het college van Gedeputeerde Staten, bekend.
In dat verband past uiterste zorgvuldigheid.
Vraag 6
Het terrein op en rond het bedrijf is aangemerkt als archeologisch waardevol. Pagina 5 van 5 Vraag 6.1. Betekent dit dat voor elke bouwactiviteit bodemonderzoek wordt of moet worden gedaan?
Antwoord van het college
Hoe gaat dat normaal gesproken procedureel in zijn werk?
Antwoord college:
Niet voor elke bouwactiviteit behoeft een archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. Slechts indien een bouwwerk een bepaalde maatvoering (in dit geval 500 m2) te boven gaat behoeft een archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd.
Vraag 6.2. Wijziging van het bouwvlak kan gevolgen hebben voor archeologische waarden. In hoeverre is dit aspect meegenomen in de beoordeling door het college?
Antwoord college:
De aanpassing van het bouwvlak heeft geen invloed op de archeologische zonering. Deze blijft onverkort van toepassing.
Vraag 7
De stookinstallatie voor mesthygiënisatie gaat over van gas naar diesel als brandstof. Vraag 7.1. Diesel is voor onder andere klimaat en luchtkwaliteit nadeliger dan gas. De omschakeling naar diesel gaat in tegen zowel gemeentelijk als provinciaal beleid. In hoeverre spelen deze aanpalende beleidsvelden mee in de beoordeling van de verklaring van geen bedenkingen en de vergunningsaanvraag?
Antwoord van het college
Antwoord college:
Het gaat in dit geval om een milieu hygiënische kwestie. Het college van Gedeputeerde Staten is bevoegd voor dit beleidsveld.
Vraag 7.2. In berekeningen voor onder andere stikstof en fijnstof is nog uitgegaan van gas-stook. Welke consequenties heeft de omschakeling naar diesel voor de vergunningverlening? Moeten berekeningen opnieuw?
Antwoord college:
Het gaat in dit geval om een milieu hygiënische kwestie. Het college van Gedeputeerde Staten is bevoegd voor dit beleidsveld.
De volgende stukken zijn voor u bijgevoegd:
- De aanvraag om omgevingsvergunning
Bron: raadsinformatie van de gemeente Aalten (Open Besluitvorming). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.